**1.** De uitkering, bedoeld in artikel 2, bedraagt gedurende het eerste
jaar 80 procent en vervolgens 70 procent van de laatstelijk als
wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
eindejaarsuitkering.
**2.** De uitkering, bedoeld in artikel 3, lid 1, bedraagt 70 procent van
de laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief
vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**3.** Voor toepassing van dit artikel wordt onder “laatstelijk genoten”
verstaan: waarop aanspraak bestond of bij uitoefening van het ambt
zou hebben bestaan op de dag, voorafgaande aan die waarop
belanghebbende heeft opgehouden wethouder te zijn.
**4.** Indien bij algemene maatregel van bestuur in de bezoldiging van het
rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht, wordt in de leden 1,
2 en 3 bedoelde laatstelijk genoten wedde, inclusief
vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering voor de toepassing van
die leden met ingang van het tijdstip van ingang die
bezoldigingswijziging overeenkomstig die wijziging toegepast.
Afdeling I
Artikel 4
Bedrag van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders