**1.** Indien belanghebbende op de dag waarop de duur van de uitkering
eindigt geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is, wordt, met
inachtneming van het gestelde in artikel 7, de uitkering voor de
duur van de invaliditeit voortgezet op de voet van artikel 4b.
**2.** Algemeen invalide, geheel of gedeeltelijk, in de zin van deze
verordening is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te
stellen gevolg van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk niet
in staat is om met arbeid te verdienen hetgeen gezonde personen met
soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid
verricht of voor het laatst heeft verricht, of in de omgeving
daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. Onder de eerstgenoemde
arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de
betrokkenen met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. Onder
deze arbeid wordt niet begrepen arbeid in een dienstbetrekking
krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening.
**3.** Bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit wordt
buiten beschouwing gelaten of de betrokkenen de arbeid feitelijk kan
verkrijgen.
**4.** Indien de betrokkene zonder redelijke grond weigert deel te nemen
aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende
meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, wordt er
bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit van
uitgegaan dat de opleiding of scholing is afgerond.
Afdeling I
Artikel 4a
Voortzetting van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders