Het afwegingskader is van toepassing op de volgende procedures:
Wijziging van het omgevingsplan;
Aanvraag omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (opa);
Aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa).
Voor elke situatie waarbij in de uitgangspunten onder paragraaf 2.5.1 is opgenomen dat deze wel of niet is toegestaan ‘tenzij’ of ‘mits’, geldt de toepassingsplicht van het afwegingskader in tabel 2-7. Dit afwegingskader wordt voor een ruimtelijke ontwikkeling doorlopen per aandachtsgebied.
Tabel 2 7 Afwegingskader ruimtegebruik nabij risicovolle activiteiten
Stap 1: Probeer een alternatieve locatie te zoeken buiten het aandachtsgebied
De beste manier om de externe veiligheid te waarborgen is het zoeken van een alternatieve locatie waarbij er geen (zeer/beperkt) kwetsbaar object in een aandachtsgebied komt te liggen. De eerste stap is daarom om nog eens kritisch te bezien of er geen alternatieve locaties zijn.
Wordt er gekozen voor een alternatieve locatie? Dan is dit het einde van het afwegingskader.
Wordt er niet gekozen voor een alternatieve locatie? Ga dan naar stap 2a én 2b.
Stap 2: Houd afstand en beperk de personendichtheid binnen het aandachtsgebied
2a Afstand houden
Bij een grotere afstand tussen een (zeer/beperkt) kwetsbaar gebouw en een risicovolle activiteit zullen er minder dodelijke slachtoffers vallen. Er is dan minder aanvullende bescherming nodig. Daarom is het belangrijk om een zo’n groot mogelijke afstand aan te houden in het stedenbouwkundig ontwerp.
2b Beperken personendichtheid
Bij een lagere personendichtheid in een aandachtsgebied zullen er minder dodelijke slachtoffers vallen. Hoe kleiner de afstand tussen een (zeer/beperkt) kwetsbaar gebouw en risicovolle activiteit, hoe belangrijker het is om de personendichtheid te verlagen. Stuur dus op de personendichtheid door bewust keuzes te maken over het type functie (personendichtheid en aanwezigheidsduur per dag), de bouwhoogte, het bouwoppervlak en het aantal m2 bruto vloeroppervlak.
Gaat het om de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling die op basis van tabel 2-4 tot en met 2-6 (zie paragraaf 2.5.1) is ‘toegestaan, mits’? Ga dan naar stap 7.
Gaat het om de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling die op basis van tabel 2-4 tot en met 2-6 (zie paragraaf 2.5.1) ‘niet is toegestaan, tenzij’? Ga dan naar stap 3.
Stap 3: Is de bestaande bescherming voldoende?
Er is reeds sprake van voldoende bescherming wanneer:
Er bronmaatregelen bij de risicobron zijn genomen waarmee het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk is teruggedrongen;
De bestrijdbaarheid (bereikbaarheid voor hulpdiensten en aanwezige bluswatervoorzieningen) bij de risicobron op orde is;
De bestaande omgeving voldoende bescherming biedt aan het (zeer) kwetsbare gebouw of de kwetsbare locatie tegen de effecten van een ongeval.
Is er sprake van voldoende bescherming? Ga dan naar stap 7.
Is er geen sprake van voldoende bescherming? Ga dan naar stap 4.
Stap 4: Neem aanvullende veiligheidsmaatregelen
4a Bron- en/of omgevings-maatregelen
Onderzoek per scenario (dus aandachtsgebied) welke bron- en/of omgevingsmaatregelen mogelijk zijn (zie bijlage 7 voor voorbeelden van maatregelen). Vraag hierover advies aan de veiligheidsregio. Wanneer er bron- en/of omgevingsmaatregelen mogelijk zijn die voldoende bescherming bieden, onderzoek dan de haalbaarheid van deze maatregelen. Pas hiervoor stap 5 toe. Als er geen bronmaatregelen en/of omgevingsmaatregelen mogelijk zijn, ga dan naar stap 4b.
4b Bouwkundige maatregelen
Onderzoek in deze stap of bouwkundige maatregelen mogelijk zijn die voldoende bescherming bieden. Onder bouwkundige maatregelen vallen zowel de maatregelen die gelden bij een brand- en of explosie- voorschriftengebied of andersoortige bouwkundige maatregelen (zie bijlage 7 voor voorbeelden van maatregelen). Wanneer bouwkundige maatregelen mogelijk zijn, pas stap 5 toe.
Stap 5: Zijn de veiligheidsmaatregelen haalbaar?
In stap 5 vindt een haalbaarheidsbeoordeling van de maatregelen uit stap 4a/4b plaats. De maatregelen zijn haalbaar wanneer de kosten daarvan in verhouding staan tot de volledige ontwikkelkosten van de ontwikkeling. Wanneer dit niet in verhouding staat is de ontwikkeling uit externe veiligheidsperspectief niet aan te raden. Ga door naar stap 6 wanneer bouwkundige maatregelen nodig zijn die overeenkomen met bouwkundige eisen conform de voorschriften in het Bbl over het brand- en of explosievoorschriftengebied (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl).
Stap 6: Voorschriftengebied aanwijzen
Als uit stap 5 blijkt dat er bouwkundige maatregelen toegepast kunnen worden die overeenkomen met bouwkundige eisen conform het brand- en/of explosievoorschriftengebied (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl), dient voor de ontwikkellocatie in het omgevingsplan een brand- en of explosievoorschriftengebied aangewezen te worden. Hiervoor is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Voor de overgangsperiode waarin de gemeente werkt met het tijdelijke omgevingsplan is dit mogelijk via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Stap 7: Creëer zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid
3.1 Schuil- en vluchtmogelijkheden
Het handelingsperspectief (schuilen of vluchten) voor mensen in de omgeving is afhankelijk van het scenario (brand, explosie of gifwolk) en de afstand tot het ongeval. Gebruik de scenarioboeken van het NIPV om het handelingsperspectief te bepalen. Creëer vervolgens voldoende schuil- en/of vluchtmogelijkheden (zie bijlage 7 voor voorbeelden van maatregelen). Een en ander is ook verwoord in artikel 5.2 van het Bkl. Vraag hierover advies aan de veiligheidsregio.
3.2 Bereikbaarheid/bluswatervoorziening
Het is belangrijk dat het ongeval bereikbaar is voor hulpdiensten en dat ze vervolgens voldoende bluswatervoorzieningen hebben. Een en ander is ook verwoord in artikel 5.2 van het Bkl. Vraag hierover advies aan de veiligheidsregio.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Afwegingskader ruimtegebruik nabij activiteiten met gevaarlijke stoffen
Onderdeel van Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten Omgevingsdienst Regio Utrecht