Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

De fraudedriehoek

Onderdeel van Beleidsnota Fraude, Integriteit en Misbruik & Oneigenlijk gebruik gemeente Veere

Er zijn drie factoren die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van fraude. We noemen dit de zogenaamde fraudedriehoek van Donald Cressey: Figuur 2 Fraudedriehoek De afbeelding laat zien dat de drie factoren aanwezig moeten zijn wil iemand fraude plegen. • Gelegenheid: de fraudeur heeft de mogelijkheid om vanuit zijn of haar positie te frauderen omdat de interne beheersing binnen de organisatie tekortschiet. Ook bekwaamheid valt onder gelegenheid. Je moet namelijk wel de kwaliteiten hebben om fraude te kunnen plegen. Als de bekwaamheid ontbreekt, dan heb je namelijk ook niet de gelegenheid om fraude te plegen In de praktijk richten fraudebeheersingsmaatregelen zich met name op de gelegenheid omdat hier de kern van het probleem ligt. • Druk: interne of externe druk die er toe leidt dat iemand fraudeert. Een fraudeur ervaart een prikkel om te frauderen. Wanneer belangen met de normen in conflict staan, zoals geldgebrek, het behalen van doelen of concurrentie overwegingen, dan ontstaat er druk die tot fraude kan leiden. Het gaat hierbij niet alleen om geld. Ook prestige en de privésituatie veroorzaken druk. Er zijn factoren aan te wijzen die druk verhogend werken en daarmee een verhoogd frauderisico voor een organisatie veroorzaken. • Rationalisatie: de fraudeur rechtvaardigt de door hem of haar voorgenomen fraude voor zichzelf. Dit onderdeel heeft betrekking op het begrijpen van de normen en het willen nakomen van die normen. Voor deze rechtvaardiging speelt bijvoorbeeld voorbeeldgedrag van goed, maar ook van fout gedrag een grote rol. Goed voorbeeldgedrag van de leiding en het bestuur is noodzakelijk, zodat intern geen voedingsbodem voor rationalisatie ontstaat. Ook de cultuur binnen de organisatie is doorslaggevend. Medewerkers spiegelen hun eigen gedrag aan het gedrag van hun collega’s.

Rechtspraak bij dit artikel