1.. De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin belanghebbenden en een vertegenwoordiger van het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen en de wijze waarop deze hoorzitting plaatsvindt.

2.. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:6, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3.. De secretaris nodigt de belanghebbenden en een vertegenwoordiger van het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting uit. De secretaris kan in bijzondere omstandigheden van deze termijn afwijken.

4.. De voorzitter of het lid aan wie het horen is opgedragen, is belast met de handhaving van de orde tijdens de hoorzitting.

5.. Het verslag van het horen bevat ten minste de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid, met uitzondering van eventuele toehoorders, de vermelding of het horen in het openbaar heeft plaatsgevonden, een zakelijke vermelding van hetgeen is gezegd en wat verder tijdens de hoorzitting is voorgevallen, en een vermelding van de stukken die tijdens de hoorzitting zijn overgelegd. De stukken die tijdens de hoorzitting zijn overgelegd, kunnen aan het verslag worden gehecht.