Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2.. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening, inclusief de daarover ontvangen rapportage van de accountant, ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 5.. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens indien later valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden mochten komen vast te staan. 6.. De voorgaande leden van dit artikel gelden niet, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 32, zesde lid, van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel