1.. De raad beslist binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek of het verzoek tot burgeragendering voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2 lid 2 en bericht de initiatiefnemer(s) hierover.

2.. Indien het verzoek tot burgeragendering ontvankelijk is, wordt het verzoek op de agenda van de eerstvolgende toepasselijke raadscommissie geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dit laatste geval wordt het verzoek op de agenda van de daarop volgende toepasselijke raadscommissie geplaatst.

3.. Een burgeragendering wordt op de lijst van ingekomen stukken van de raad geplaatst. De raad heeft het recht om een niet-ontvankelijk verklaarde burgeragendering met opgaaf van argumenten via de griffier terug te sturen naar de initiatiefnemer(s).

4.. De initiatiefnemer(s) krijgt/krijgen in de raadscommissie de gelegenheid de burgeragendering ter verdere bespreking aan te bieden aan de raadscommissie en het gedurende 5 minuten toe te lichten.

5.. Vervolgens debatteert de raadscommissie over de burgeragendering en vormt een oordeel.

6.. Het college kan desgewenst voorafgaand aan de behandeling van de burgeragendering in de raadscommissie, zijn mening omtrent de burgeragendering aan de raad kenbaar maken.

7.. In een raadscommissie wordt de burgeragendering oriënterend besproken. De initiatiefnemer(s) wordt/worden uitgenodigd de commissievergadering bij te wonen. Aan het college kunnen aanvullende vragen worden gesteld, zowel schriftelijk vooraf als tijdens het debat, om de mening van het college, zoals bij artikel 6.6 beschreven nader toe te lichten.

8.. Na bespreking van de burgeragendering concludeert de raadscommissie wat de bespreking heeft opgeleverd en de eventuele opvolging.

9.. Mocht er een praktisch vervolg uit de beraadslaging komen dan wordt aan initiatiefnemer(s) een expliciete rol gegeven in het vormgeven van de verdere uitwerking van de burgeragendering.

10.. De griffier is contactpersoon voor de initiatiefnemer(s) en houdt hen op de hoogte van de ontwikkelingen betreffende de burgeragendering.