Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8. › Paragraaf 8.1

Artikel 8.1.5

Gedoogstrategie

Onderdeel van Beleidsplan VTH 2025-2028

We hebben een beginselplicht tot handhaven. Dit betekent dat we op iedere overtreding die we zien moeten reageren met een passende interventie volgens de sanctiestrategie. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zien we af van handhaving. Dat staat los van eventueel strafrechtelijk optreden. In dit afwegingskader staat in welke situaties en onder welke condities we tijdelijk niet handhaven. Definitie van gedogen: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Gedogen is feitelijk geen juiste term. Met ‘gedogen’ wordt bedoeld dat de gemeente niet handhaaft. Gedogen leidt niet tot een besluit en er kan daarom ook geen bezwaar en beroep tegen worden ingediend. Omdat het woord ‘gedogen’ zo algemeen is ingeburgerd, gebruiken we dit wel in dit afwegingskader. We kijken bij het toepassen van het afwegingskader altijd als eerste stap of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. We letten daarbij op eigen regels maar ook op die van andere overheden. We gebruiken ook de regeringsnota “Grenzen aan gedogen” als kader9Nota Gedogen in Nederland (Grenzen aan gedogen). Gedogen passen we alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties toe. ‘Alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties kan de gemeente besluiten niet handhavend op te treden.’ Onze uitgangspunten zijn: we handhaven bij overtredingen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden en/of overgangssituaties zijn; de situatie blijft zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd; er vindt een zorgvuldige en kenbare belangenafweging plaats; het gedogen tast belangen van derden niet in onredelijke mate aan; de activiteit is na de aangekondigde periode van gedogen vergund of gestopt. Een gedoogreactie of -brief is geen formeel besluit, en ook de weigering of intrekking van een gedoogreactie niet. Het gedogen kan dan ook niet worden aangevochten bij de bestuursrechter. Dit laat onverlet dat anderen in zo’n geval wel om handhaving kunnen verzoeken. Op dergelijke verzoeken moeten we reageren en zal volgens de vastgestelde handhavingsstrategie worden gehandeld, tenzij dit gedoogkader ruimte biedt om daar van af te zien. We kunnen gedogen bij overgang- en overmachtssituaties. Aan het gedogen kunnen we voorwaarden verbinden die we controleren. Overgangssituaties zijn: overtredingen met concreet zicht op legalisatie; bedrijfsverplaatsingen; experimenten en andere tijdelijke overtredingen; situaties met overtredingen door omstandigheden die buiten de macht van de overtreder liggen of een nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude vergunning geldt; gevallen waarin de rechter de vergunning vernietigt, terwijl vergunnen wel mogelijk lijkt; als de overtreder voorschriften om technische redenen niet kan naleven en die voorschriften binnenkort worden aangepast; situaties waarbij de overtreding ophoudt te bestaan door versoepeling van regels. Overmacht situaties zijn: situaties waarin de overtreding was toegestaan, dan is volgens artikel 5:5 Awb handhaving niet toegestaan. We moeten dan gedogen; situaties waarin het belang waar de regel voor is gemaakt beter af is als we gedogen; gevallen waarin handhaven onevenredig zwaar is in verhouding tot het belang dat we met handhaving beschermen; gevallen waarbij strijdige wetgevingsgebieden een overtreding opleveren. We handhaven wel: als het gedrag van de overtreder recidiverend of calculerend is; bij activiteiten die vallen onder ondermijnen; als de te gedogen activiteit in strijd is met een andere regel en het bevoegde gezag voor de handhaving van die regel laat weten dat het bestuursrechtelijk handhaaft of gaat handhaven. We houden actief toezicht op gedoogsituaties. We kijken of het gedogen nog actueel is en of de geadresseerde de opgelegde beperkingen en voorwaarden naleeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel