Voorzieningen vormen een verplicht onderdeel van de balans. Ze behoren niet tot het eigen vermogen, maar tot het vreemd vermogen. Voorzieningen zijn getroffen voor toekomstige uitgaven en verwachte verliezen, waarvan de oorzaak zich nu al voordoet of zich reeds heeft voorgedaan. De oorzaak ligt dus in het verleden of het heden, maar de bijbehorende financiële verplichting in de toekomst. Voorzieningen dienen zo goed mogelijk te worden geraamd c.q. te worden ingeschat zodat deze dekkend zijn voor de onderliggende verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld. Om die reden is het van belang ze te onderscheiden van reserves, die wel altijd tot het eigen vermogen behoren.
Doel van het treffen van voorzieningen is dat de gemeente in de toekomst kan voldoen aan financiële verplichtingen en dat duidelijk is wat voor invloed dat heeft op de financiële positie van de gemeente. Voorzieningen zijn een vorm van risicoafdekking. Als zich een onzekerheid in financieel opzicht voordoet en die onzekerheid is kwantificeerbaar, dan is de gemeente verplicht een voorziening te vormen. Is de onzekerheid niet kwantificeerbaar, dan is het verplicht het te vermelden in de paragraaf weerstandsvermogen. Toevoegingen aan voorzieningen verlopen via de exploitatie en onttrekkingen aan voorzieningen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt.
Voorzieningen zijn op grond van het BBV (artikel 44, 45 en 55) naar beste inschatting dekkend voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld. Het is daarom niet toegestaan rente toe te rekenen aan voorzieningen. Voorzieningen mogen niet negatief zijn. Dit betekent dat bij de instelling van de voorziening de noodzaak van de hoogte van de voorziening moet worden aangetoond. Wijzigingen in voorzieningen vloeien voort uit het (onderbouwd) op peil houden van de voorziening of wegens het gebruik (uitgaven) voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
De raad beslist over het instellen van een voorziening en bepaalt de kaders waarbinnen het college de bevoegdheid heeft om uitgaven te doen ten laste van de voorzieningen. De raad kan, bijvoorbeeld in het geval van onderhoudsvoorzieningen, dus kiezen voor een ander niveau van beleidsuitvoering. De gevolgen daarvan in de vorm van onttrekkingen of toevoegingen aan de voorzieningen zijn dus de financiële vertaling van de beleidskeuzes.
Artikel 2.2
Voorzieningen
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen gemeente Bergeijk 2024 - 2028