1.. De secretaris wordt gemandateerd dan wel gemachtigd de bevoegdheden die voortvloeien uit hoofdstukken 2, 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht voor de toepassing van deze verordening uit te oefenen, tenzij uit de Algemene wet bestuursrecht of deze verordening het tegendeel blijkt.

2.. Het in het eerste lid gegeven mandaat geldt niet voor het nemen van een beslissing op bezwaar, het besluiten op een verzoek om in te stemmen met rechtstreeks beroep als bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht en het besluiten op een verzoek om proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

3.. Het verwerend orgaan stelt aan de secretaris, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak.