1.. De vergoeding die de leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden, bedraagt een door het college vastgestelde factor vermenigvuldigd met de in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers gegeven vergoedingen.

2.. Het college stelt de factor vast voor de volgende werkzaamheden en op ten hoogste de gegeven maximale factor:

  • - voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor het lid dat als voorzitter optreedt of aan wie het horen door de commissie is opgedragen: maximaal 2,5;
  • - voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor de overige leden: maximaal 2,0;
  • - voor de maandelijkse werkzaamheden van de voorzitter als bedoeld in artikel 4, derde lid: maximaal 0,5.