Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Algemene begripsbepalingen

Onderdeel van Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003

In deze verordening wordt verstaan onder:- afstand van de gronden aan de gemeente: eigendomsover­dracht van gronden aan de gemeente.- exploitant: de eigenaar, erfpach­ter of rechtheb­bende wiens in het ex­ploita­tie­gebied gelegen onroeren­de zaak in ex­ploi­tatie wordt ge­bracht;- exploitatiegebied: het als zodanig door de gemeenteraad aange­we­zen gebied, dat gebaat wordt door de te treffen voorzieningen van open­baar nut;- exploitatieopzet: een gedetailleerde, in eerste instantie voorcalculatorische, en lopende het exploitatieproces telkens bij te houden berekening van de baten en lasten in de grondexploitatie, op basis waarvan de begroting wordt vastgesteld die behoort bij het bekostigingsbesluit en op basis waarvan een exploitatiebijdrage wordt berekend;- exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met de exploi­tant de voorwaar­den over­eenkomt waaronder zij onroerende zaken in het exploita­tiegebied in exploitatie brengt of daaraan medewerking ver­leent;- grondexploitatie: De door de gemeente vastgelegde en dynamisch bij te houden financieel-economische onderbouwing en verant­woording van de ontwikkeling en realisatie van het exploitatiegebied, waarin alle baten en lasten, investerin­gen en opbrengsten ten opzichte van elkaar worden verrekend en waaruit eerst voorcalculatorisch en uiteindelijk definitief een exploitatieresultaat kan worden berekend.- (medewerking verlenen aan) in exploitatie brengen: het (mede­wer­king verlenen aan het) tref­fen van voorzieningen van open­baar nut waar­door onroerende zaken die in het exploita­tiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen geschikt of beter geschikt voor bebou­wing worden, dan wel anderszins in een voorde­liger positie komen te verke­ren;- (treffen van) voorzieningen van openbaar nut: (het ver­richten van) onder andere de in lid 2 vermelde werken en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede het verrichten daarvan buiten het exploitatiegebied voor zover deze werken direct dan wel indirect profijt opleve­ren voor de binnen het exploitatie­gebied liggende onroe­rende zaken. De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd als voorzienin­gen van openbaar nut in de zin van deze verordening:- het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met inbe­grip van het egaliseren, ophogen en afgraven van percelen;- de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende werken, alsmede water­huis­houdkundige werken zoals draina­ge; - het realiseren van alle weg en waterbouwkundige werken, waar­onder wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trot­toirs, voet- en rijwiel­paden, straatmeubilair, alsmede waterpartijen, watergan­gen, draina­ges, bruggen, tunnels, viaducten en alle andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken; - de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaron­der begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elemen­ten welke rechtstreeks voort­vloeien uit een juiste uit­voering van een verzorgd bestem­mingsplan; - de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige aansluitin­gen; - het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de onder­grond van openbare voorzieningen, voor zover die niet op andere wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen worden; - het treffen van milieutechnisch en ecologisch noodzake­lijke maat­regelen en voorzieningen ter uitvoering van een bestem­mingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen en nood­zakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het exploi­tatiegebied en groen-, bos-, of natuurcompensatie; - de verwerving van de ondergrond van openbare voorzienin­gen; - het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van voor­zieningen van openbaar nut; - alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een doel­tref­fende aanleg van voorzieningen van openbaar nut. Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander overheidslichaam, nutsbedrijven of het College uitdrukkelijk heeft ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg door de exploitant. Het College neemt geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat gebleken is, dat een kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk als financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de gemeente noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden gevoerd en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsma­tige belemme­ringen voor een zodanige werk­wijze bestaan. De gemeente kan besluiten om de openbare voorzieningen in samenwerking met een marktpartij te ontwikkelen en realiseren, in welk geval de gemeente kan besluiten de regierol in samenwerking met die marktpartij te voeren, of door die marktpartij te laten voeren.

Rechtspraak bij dit artikel