Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Uitvoeringseisen

Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Eemsdelta 2024

Bij het aanleggen van uitwegen hanteert het college een aantal algemene en specifieke uitgangspunten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in uitwegen binnen de bebouwde kom en uitwegen buiten de bebouwde kom. 5.1 Algemene uitgangspunten De kosten voor het maken van een uitweg naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg zijn voor rekening van aanvrager en worden, indien de werkzaamheden door de gemeente worden uitgevoerd, vooraf in rekening gebracht. Deze kosten betreffen de uitvoeringskosten en staan los van de legeskosten die separaat in rekening worden gebracht; de eerste 1,5 meter van de uitweg, gerekend vanaf de kant van de openbare weg, mag niet bestaan uit los verhardingsmateriaal; los verhardingsmateriaal van een uitweg mag niet op de openbare weg terechtkomen; de opbouw van de constructie op gemeentegrond wordt bepaald door de gemeente; indien een uitweg op gemeentegrond wordt gerealiseerd, houdt de gemeente de afmetingen aan zoals die volgen uit bijlage 1; indien de aanvrager met de aanvraag voor de aanleg van een uitweg of wijziging aan een uitweg aansluit bij een reconstructie of herinrichting van de openbare ruimte, worden uitsluitend legeskosten in rekening gebracht en geen uitvoeringskosten zoals bedoeld in sub a van dit artikel. 5.2 Uitwegen binnen de bebouwde kom Het maken van een uitweg naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg alsmede het onderhoud van een uitweg op gemeentegrond binnen de bebouwde kom wordt door de gemeente uitgevoerd; de exacte locatie van de uitweg wordt door de gemeente bepaald; als er gegraven wordt moet een KLIC melding gedaan worden via het Kadaster door de uitvoerende partij. 5.3 Uitwegen buiten de bebouwde kom (uitsluitend voor gemeentelijke wegen) Het maken van een uitweg naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg buiten de bebouwde kom geschiedt, wat betreft het deel gelegen op gemeentegrond, door vergunninghouder in overleg met de gemeente; de exacte locatie en afmetingen van de uitweg wordt door de gemeente bepaald; als er gegraven wordt moet een KLIC melding gedaan worden via het Kadaster door de uitvoerende partij; vergunninghouder dient de uitweg op gemeentegrond goed te beheren en onderhouden en schade zoveel mogelijk te voorkomen; ingeval de uitweg over een sloot/watergang gaat, dient er tevens een dam met duiker of brug aangelegd te worden. Het onderhoud van de dam plus de duiker of brug berust bij vergunninghouder. Het kan zijn dat hiervoor een vergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij het Waterschap. Ook kan het zijn dat privaatrechtelijke toestemming nodig is van de gemeente of het Waterschap als eigenaar. Het is de verantwoordelijkheid van vergunninghouder om dit na te gaan en om eventuele toestemming te verkrijgen. 5.4 Verplaatsen en/of veranderen van een uitweg voor het verplaatsen en/of het veranderen van een uitweg geldt dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd; de te vervallen uitweg wordt verwijderd door de gemeente. De kosten hiervoor zijn voor vergunninghouder; de vrijgekomen ruimte van de vervallen uitweg dient te worden hersteld naar de omgevingssituatie, een situatie die passend in de omgeving. Hierbij wordt het deel op gemeentegrond hersteld door de gemeente. Deze kosten hiervoor zijn voor vergunninghouder en worden per geval bepaald. 5.5 Landbouwperceel Voor een uitweg naar een landbouwperceel gelden dezelfde regels als voor een uitweg buiten de bebouwde kom. 5.6 Bedrijfsmatige uitwegen Voor een uitweg naar een bedrijf gelden dezelfde regels als voor een uitweg buiten de bebouwde kom, ook als een bedrijf gevestigd is binnen de bebouwde kom. 5.7 Beroep of bedrijf aan huis Voor een beroep of bedrijf aan huis gelden dezelfde regels als voor een uitweg binnen de bebouwde kom.

Rechtspraak bij dit artikel