In de participatieverordening staan regels en afspraken die invulling geven aan de dynamiek tussen raad en college. Namelijk:
Jaarlijks
Artikel 2.2
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Rijswijk neemt elk jaar een participatieparagraaf op in de begroting waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.
Deze participatieparagraaf in de begroting is een goed ankerpunt voor een gesprek in de raad over de speerpunten van participatie in het voorliggende jaar. Welke speerpunten wil de raad vooraf meegeven? En, wat heeft de raad nodig voor goede besluitvorming?
Artikel 13.1
De uitvoering van deze verordening wordt één keer per jaar geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders zendt hiertoe aan de gemeenteraad een participatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. De jaarrekening (zoals beschreven in artikel 2 lid 3) kan hiervoor het middel zijn.
Artikel 13.2
Dit verslag beschrijft de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd, de rolinvulling door raad en college, de kosten, het resultaat van de participatie en de belangrijkste ervaringen. Het verslag bevat tevens informatie over bewonersinitiatieven, toegekende budgetten en over de werking van het uitdaagrecht.
Het participatieverslag is het vertrekpunt om met de gemeenteraad terug te blikken en te leren van ervaringen in het afgelopen jaar. Het is een belangrijk instrument om de rolinvulling van de raad en het samenspel met het college te bespreken. Hoe is participatie verlopen? Op welke manieren vulde de raad een rol in? En, hoe hielp de opbrengst van participatie de raad om te besluiten in het algemeen belang?
Per participatietraject
Artikel 8.1
Bij de start van elk beleid/gemeentelijk initiatief stelt het bestuursorgaan vast of participatie of inspraak aan de orde is en beargumenteert die keuze. Indien participatie van toepassing is, dan stelt het bestuursorgaan de volgende onderdelen vast in een startdocument: […]
Bij elk (beleids)initiatief wordt een bewuste keuze gemaakt of participatie wel of niet aan de orde is. Als de gemeenteraad het uiteindelijke besluit neemt, stelt ook de gemeenteraad de participatie-aanpak vast. In andere gevallen stelt het college de aanpak vast. Dat kan door een startnotitie op te stellen of door de keuze te onderbouwen in een participatieparagraaf in het raadsvoorstel.
Artikel 8.7
Ter afronding van de inwonersparticipatie of de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
Artikel 8.7.C.
Het college van burgemeester en wethouders brengt het eindverslag ter kennis van de gemeenteraad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft.
De ambtelijke organisatie stelt dit verslag op en deelt dit met de deelnemers aan het participatieproces. De gemeenteraad ontvangt het verslag ook.
Artikel 13.3
Om het inwonersparticipatiebeleid op effectiviteit te kunnen monitoren, wordt elk participatietraject standaard na afloop geëvalueerd.
Bij die evaluatie zijn in ieder geval betrokkenen vanuit de gemeente aangehaakt. Ook is de overweging om deelnemers te betrekken. Betrokken inwoners, ondernemers, partnerorganisaties hebben een ander perspectief op het gelopen traject en kunnen waardevolle inzichten meegeven om van te leren.
Overheidsparticipatie, geen vergunning
Artikel 5.3
De gemeenteraad kan jaarlijks, naast subsidies vanuit Loket Stadskracht, een budget ter beschikking stellen voor ideeën en initiatieven uit de samenleving.
De gemeente kan besluiten om inwonerinitiatieven te ondersteunen. Bijvoorbeeld door een budget ter beschikking te stellen. Hiervoor is het Loket Stadskracht. Dat loket willen wij aanpassen met als doel om het loket toegankelijker en meer gebruiksvriendelijk te maken. Daarom zullen we het Loket Stadskracht integreren in het online platform SamenRijswijk. Dit platform wordt de verzamelplek voor initiatieven vanuit de gemeente en vanuit de stad.
Overheidsparticipatie en de Omgevingswet
Artikel 12.2
De gemeenteraad stelt vast voor welke gevallen die in strijd zijn met het omgevingsplan participatie verplicht is. Conform de door de gemeenteraad genomen besluiten in het kader van het vanaf januari 2024 geldende Rijswijkse Omgevingsplan geldt de participatieverplichting bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit geldt tevens voor alle afwijkingen die vallen binnen de ‘kruimelregeling’ zoals vermeld in het Rijswijkse Omgevingsplan.
Artikel 13.4
Het verslag van het participatieproces en bijbehorende uitkomst maakt onderdeel uit van de aanvraag om omgevingsvergunning of aanvraag om wijziging van het omgevingsplan.
Voor sommige activiteiten is een vergunning nodig. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van woningen. Het college kan vergunningen verlenen voor activiteiten die passen binnen het omgevingsplan en de kruimelregeling (zoals vermeld in het Omgevingsplan). Participatie is verplicht voor activiteiten die vallen binnen de kruimelregeling, zoals vermeld in het Omgevingsplan. Dat betekent dat het college een vergunningaanvraag kan afwijzen als participatie niet is georganiseerd bij activiteiten die vallen binnen de kruimelregeling.
De raad heeft adviesrecht voor alle plannen die buiten het Rijswijkse Omgevingsplan vallen. Het advies van de raad is bindend en moet door het college worden overgenomen. Oftewel, de raad beslist in deze gevallen over het wel of niet verlenen van een vergunning. De raad kan een vergunningaanvraag afwijzen als er geen participatie is georganiseerd. Want, participatie is verplicht gesteld voor alle activiteiten die niet passen binnen de regels in het Rijswijkse Omgevingsplan. Bijvoorbeeld als het voorstel is om woningen te bouwen op een plek waar alleen detailhandel is toegestaan.
Hoofdstuk
Artikel 5.3.
Werkafspraken voor een goed samenspel tussen raad en college
Onderdeel van Participatiebeleid Eén gemeenschap, één stad: samen bouwen we Rijswijk