Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.7

Artikel 2.7.2

Rioolheffing

Onderdeel van Nota lokale heffingen 2024

Doel De rioolheffing is vanaf 2009 een bestemmingsheffing. Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken heeft de gemeente een aantal zorgtaken. De gemeente heeft de wettelijke taak het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, regenwater en de grondwaterstand in het kader van het gemeentelijk rioleringsstelsel te beheren. De kosten die de gemeente hiervoor maakt, kunnen via de rioolheffing verhaald worden. Heffingsmaatstaf De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. Met perceel wordt bedoeld een (on)roerende zaak (woning en niet-woning) van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het tarief is bij woningen gedifferentieerd naar het aantal personen per huishouden: één- en meerpersoonshuishoudens. Bij niet-woningen is het tarief een percentage van de WOZ-waarde met een gemaximeerd bedrag. Deze tariefdifferentiatie beoogt een rechtvaardigere kostenverdeling te realiseren. De gekozen tariefdifferentiatie heeft een aantal voordelen: Het aantal bewoners van een woning kan uit de Basisregistratie personen worden afgeleid. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde bekend. Op gemeenteniveau zijn de gezinssamenstellingen stabiel, waardoor de inkomsten goed zijn in te schatten en weinig fluctueren. Tarievenbeleid De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het doorbelasten van de wettelijk toegestane kosten die worden gemaakt voor de gemeentelijke watertaken. Het uitgangspunt bij de rioolheffing is 100% kostendekkende tarieven. In het kader van verbetering van de dienstverlening wordt sinds 1 januari 2019 automatisch, en niet langer uitsluitend op verzoek, ontheffing verleend bij het beëindigen van de belastingplicht tijdens het belastingjaar9Raadsbesluit Verordeningen woonlasten 2019, nr. ZK18002831/18-0023997. Kostendekkendheid Uitgangspunt van het kostenverhaal bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen. De zorgplichten zijn: een afvalwaterzorgplicht; een hemelwaterzorgplicht; en een grondwaterzorgplicht. De opbrengsten van de rioolheffing moeten aan deze zorgplichten worden uitgegeven. De kosten die aan de rioolheffing worden toegerekend zijn: kosten voor dagelijks onderhoud; kosten voor groot onderhoud (kapitaallasten); 25% van de kosten voor het straatvegen; 25% van de kosten voor baggerwerkzaamheden; kwijtscheldingskosten; bijdrage aan het SVHW; personele lasten; en overheadkosten. Er is een voorziening aanwezig waarmee fluctuaties in de kosten tussen de begrotingsjaren geëgaliseerd worden. De opbrengstontwikkeling van de rioolheffing volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het ontwerp Programma Riolering & Klimaatadaptatie Krimpenerwaard 2023-2027 (PR&K)10Gemeenteblad 2023 nr. 302669.

Rechtspraak bij dit artikel