De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Met
dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan
uiterlijk vier maanden na de dag waarop de raad heeft besloten tot
het houden van een referendum op basis van artikel 5, tweede lid of na de dag waarop een in
voldoende mate ondersteund verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid is ingediend. De raad kan
besluiten deze termijn te verlengen met maximaal drie maanden indien
binnen deze periode algemene verkiezingen worden gehouden.
Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.