De raad stelt, tenminste acht weken voor het te houden referendum,
de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum
vast.
De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.
In de vraagstelling worden tenminste twee alternatieven aan de
kiezer voorgelegd. Het is eveneens mogelijk de vraag voor te leggen
of de kiezer voor of tegen de beoogde oplossingsrichting uit de
startnotitie is.