Schuldenproblematiek kan bij de mensen die met een beroep op artikel 5.7 van Bijlage I een urgentieverklaring aanvragen, in de weg staan aan een succesvolle uitstroom uit de in dat artikel bedoelde instellingen. Daarom stelt het vierde lid van dat artikel de voorwaarde, dat bij schuldenproblematiek regelingen met de gemeente zijn getroffen in de vorm van budgetbeheer of sprake is van schulddienstverlening of bewindvoering.

Van schuldenproblematiek als bedoeld in artikel 5.7 van Bijlage I is sprake, wanneer zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoen:

  • - de aanvrager van de urgentieverklaring betaalt zijn of haar schulden niet af;
  • - de schulden van de aanvrager zijn onhoudbaar.

Er wordt ook rekening gehouden met schulden van personen die tot het huishouden van aanvrager behoren of gaan behoren, zoals minderjarige kinderen.

a. Niet afbetalen van schulden

Hiervan is sprake als de aanvrager op het moment dat op de aanvraag besloten wordt, één of meer aflossingsverplichtingen niet is nagekomen. Het gaat hierbij uiteraard om aflossingsverplichtingen van schulden die nog steeds invorderbaar zijn, dus bijvoorbeeld niet om verjaarde schulden.

b. Onhoudbare schulden

Schulden moeten houdbaar zijn, anders kunnen schulden in de weg staan aan (duurzaam) zelfstandig wonen van aanvragers. Het gaat hierbij uiteraard om aflossingsverplichtingen van schulden die nog steeds invorderbaar zijn, dus bijvoorbeeld niet om verjaarde schulden.

Schulden zijn houdbaar als de aanvrager de aflossingsverplichtingen van schulden kan blijven nakomen en voldoende geld overhoudt voor vaste lasten en de andere kosten van levensonderhoud.