De leidinggevende stelt tenminste één keer per drie jaar een
Persoonlijk Ontwikkelingsplan op in overleg met de ambtenaar. De
leidinggevende is verantwoordelijk voor een tijdige totstandkoming
van het Persoonlijk Ontwikkelingsplan.
In het Persoonlijk Ontwikkelingsplan maken leidinggevende en
ambtenaar afspraken over het ontwikkelen van (potentiële)
kwaliteiten van de ambtenaar.
De afspraken in het Persoonlijk Ontwikkelingsplan worden gemaakt
tegen de achtergrond van de individuele loopbaanontwikkeling van de
ambtenaar. De gesprekken en afspraken zoals bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 kunnen hierbij mede als basis dienen.
De ontwikkelingsafspraken worden schriftelijk vastgelegd en door de
leidinggevende en medewerker ondertekend. Door ondertekening
verklaren beiden, dat de gemaakte afspraken redelijkerwijs kunnen
worden behaald.
Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens kunnen worden
over de te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de
ambtenaar zijn zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval
tekent de ambtenaar voor gezien. Desgewenst kan de ambtenaar binnen
twee weken na het gehouden POP-gesprek eventuele bedenkingen
gemotiveerd kenbaar maken aan de directeur.
De directeur stelt namens het college het Persoonlijk
Ontwikkelingsplan -al dan niet gewijzigd- definitief vast.
Artikel 6
Persoonlijk Ontwikkelingsplan
Onderdeel van Regeling jaargesprekken gemeente Steenbergen 2009