De schriftelijke vastleggingen als bedoeld in artikel 2, 3, 4 en 6 geschiedt in tweevoud: één exemplaar is bestemd voor
de leidinggevende en één exemplaar voor de medewerker.
Een afschrift van het formulier als bedoeld in het eerste lid wordt
ter beschikking gesteld aan de afdeling Ondersteuning, taakveld
Personeel en Organisatie en opgenomen in het personeelsdossier.