In hoofdstuk 2 hebben we uitgelegd wat de zorgplicht stedelijk afvalwater inhoudt en welke aandachtspunten er zijn voor de komende planperiode. Met navolgende strategie zetten we de huidige koers voort. Daar waar we de koers aanpassen ten opzichte van de vorige planperiode hebben we dit aangegeven. Dit geldt met name voor de aanleg van nieuwe riolering, reiniging en inspectie en de inzet van telemetrie.
Aanleg van vrij verval riolering
Voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater kiezen we in het geval van nieuwbouw voor de aanleg van (duurzaam) gescheiden riolering in plaats van gemengde riolering. We benutten, waar mogelijk, de bodem voor het verwerken en zuiveren van licht verontreinigd hemelwater. Alleen vuilwater of sterk verontreinigd hemelwater voeren we af naar de rwzi. Verbeterd gescheiden riolering passen we in principe niet meer toe, omdat bij dit type riolering nog relatief veel schoon regenwater naar de RWZI gaat. Dit kost energie en we willen schoon regenwater lokaal aanwenden
Beheer en onderhoud van mechanische riolering
Binnen gemeente Bergeijk hebben we 226 minigemalen en 35 hoofdgemalen (inclusief randvoorzieningen). De afgelopen planperiode hebben we geïnvesteerd in het renoveren van de elektromechanische onderdelen van de hoofdgemalen en randvoorzieningen en telemetrie. Met het inzicht in de actuele status en werking van de gemalen bestaat nu een goede basis om het onderhoud en eventueel benodigde reparaties doelmatig te kunnen uitvoeren. De minigemalen zijn niet voorzien van telemetrie. Bij een eventuele storing gaat de onderhoudsdienst naar het object om de benodigde actie te ondernemen. Het onderhoud van de (mini)gemalen gebeurt op basis van BRL-inspecties (kwaliteit gestuurd onderhoud). Hoofdgemalen inspecteren we vooralsnog gemiddeld eenmaal per jaar en minigemalen gemiddeld eenmaal per twee jaar.
Naast de renovatie van de hoofdgemalen hebben we ook acties ondernomen om het beheer van de mechanische riolering te optimaliseren en te verduurzamen. Zo kopen we bijvoorbeeld groene stroom in voor de stroomvoorziening van de (mini)gemalen en houden we bij de aanschaf van nieuwe pompen rekening met de mate van duurzaamheid.
De komende planperiode willen we het beheer van de mechanische riolering verder optimaliseren. We willen toe naar gedifferentieerd onderhoud en beheer (data gestuurd onderhoud). De basis hiervoor is inmiddels op orde, we hebben het areaal volledig in beeld, we hebben een actueel beeld van de kwaliteitstoestand van de objecten en we hebben voor een deel inzicht in de storingsgevoeligheid en daaraan gerelateerde reparatiekosten. Het beoogde aanbrengen van telemetrie op alle minigemalen achten we niet meer doelmatig. Alleen de hoofdgemalen en randvoorzieningen zijn voorzien van telemetrie om deze op afstand te kunnen volgen en zo nodig ingrijpen. Op plaatsen waar de belasting van de drukriolering leidt tot een ondoelmatige werking, bijvoorbeeld door de lozing van hemelwater of slib, gaan we in gesprek met de eigenaar. Indien nodig zetten we hiervoor een traject van handhaving in.
Vooralsnog is er geen directe aanleiding om over te gaan op andere systemen voor de inzameling en het transport van afvalwater in het buitengebied. Op het moment dat zich vervanging aandient vervangen we drukriolering door drukriolering, tenzij een doelmatigheidsafweging anders uitwijst. Met betrekking tot alternatieve vormen van sanitatie stellen we ons terughoudend op. Alleen bewezen en robuuste technieken nemen we in overweging.
Op punten waar de drukriolering uitmondt in het vrij verval rioleringssysteem ervaren we een verhoogde aantasting als het gevolg van gasvorming. Op deze punten gaan we luchtblaasvoorzieningen aanbrengen. Met deze voorzieningen beperken we de kans op een versnelde aantasting.
Reiniging en inspectie
De komende planperiode hanteren we voor het reinigen en inspecteren van riolen een vaste cyclus in plaats van dat we hierin differentiëren zoals voorzien in het vorige plan. Aan het einde van deze planperiode willen we een volledig en actueel beeld hebben van de toestand van de riolering om vanuit die basis de meest doelmatig strategie te bepalen.
Rioolvervanging
Om grip te houden op de toestand van het riool voeren we rioolinspecties uit. De resultaten verwerken we in het beheerpakket en beoordelen we op de noodzaak tot repareren of renoveren. Als de kwaliteit van een riool onvoldoende is rekken we de levensduur, voor zover mogelijk, via reparaties op tot de eerstvolgende wijkrenovatie. Doordat we werken volgens een wijkgerichte aanpak verhoogt dit de doelmatigheid van het scheiden van waterstromen. In de financiële doorrekening hebben we rekening gehouden met een wijksgewijze vervanging van gemengde riolering door (duurzaam) gescheiden riolering. Hierbij werken we volgens een wijkgerichte aanpak toe naar een regenwaterstructuur die we uitwerken in deelplannen.
Reduceren vuilemissie
De waterkwaliteit van de Dommel en de zijbeken voldoen nog niet aan de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). Deze richtlijn is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. Om hier uitvoering aan te geven voor het stroomgebied van de Boven-Dommel en de zijbeken werken we samen met onze waterpartners van Klimaatportaal Zuidoost Brabant. Volgens Waterschap De Dommel kunnen we met het regionaal uitvoeringsprogramma Kallisto de KRW-doelen 2027 voor ons gebied halen. Mogelijk zijn nog aanvullende investeringen nodig. Omdat hier nog geen zicht op is, hebben we daar in financiële zin geen rekening mee gehouden in dit plan.
Rioolvreemd water
Rioolvreemd water is water dat in principe niet in de riolering thuishoort. Denk hierbij aan insijpelend grondwater, intredend oppervlaktewater of (tijdelijke) lozing van drainagewater. Omdat de grondwaterstand overwegend laag is en het oppervlaktewater geen grote fluctuaties vertoont is het percentage rioolvreemd water relatief laag (laatste onderzoek dateert van 2008). Bovendien worden de lozingspunten regelmatig gecontroleerd en worden eventuele kleine gebreken verholpen.
Meten en monitoren
Sinds 2011 meten we samen met Waterschap De Dommel om meer inzicht te krijgen in het functioneren van het rioolstelsel. Aanleiding in 2010 was het onderzoeksproject Kallisto, gericht op het vinden van de meest kosteneffectieve maatregelen in “cluster RWZI Eindhoven” om de waterkwaliteit in rivier De Dommel en haar zijrivieren op orde te brengen. Het verminderen van zuurstofdips (door riooloverstorten en de RWZI) en ammoniumpieken (RWZI) in de Dommel bleken daarvoor de randvoorwaarden. Het Kallisto project is inmiddels als meetprogramma afgerond. De bestaande meetpunten worden nog gebruikt voor effectmonitoring op de maatregelen en optimalisaties (zoals van de instellingen van de regelstations). Het uitvoeringsprogramma van Kallisto loopt nog.
Omdat het functioneren van gemalen, randvoorzieningen en overstortputten en het functioneren van het systeem als totaal waardevolle informatie heeft opgeleverd om de systeemwerking te optimaliseren gaan we door met meten en monitoren. Hiervoor is een monitoringscyclusplan (MCP) opgesteld. Het MCP beschrijft welke informatie we kunnen verkrijgen en hoe we dit organiseren. Het MCP is onderdeel van de bestuursovereenkomst inzake de ´Dienst meten & monitoren inzamelen en transport van afvalwater cluster Eindhoven’ van 2016. Het oorspronkelijke MCP is geactualiseerd tot en met 2027. Meldingen en meetgegevens analyseren we in samenhang met de resultaten van berekeningen om te komen tot passende maatregelen.
Afbeelding 9: Hydronet is het portaal waar alle meetgegevens bij elkaar komen
Anticiperen op calamiteiten
Als gemeente Bergeijk zijn we ons ervan bewust dat het risico bestaat dat in geval van een calamiteit verontreinigende stoffen vanuit de riolering in het kwetsbare gebied Keersop terecht kunnen komen. Om het risico op verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater te verminderen werken we de komende planperiode hiervoor een strategie uit.
Artikel 4.2.1
Zorgplicht stedelijk afvalwater
Onderdeel van Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2025-2029