In hoofdstuk 2 hebben we uitgelegd wat de zorgplicht hemelwater inhoudt en welke aandachtspunten er zijn voor de komende planperiode. Met navolgende strategie zetten we de huidige koers vrijwel ongewijzigd voort met meer aandacht voor hergebruik en een voorkeur voor oppervlakkige afvoer van regenwater.
In ons streven naar een water robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem werken we volgens de voorkeursvolgorde vasthouden-benutten-afvoeren van hemelwater. Onze voorkeur gaat uit naar overtollig hemel- en grondwater verwerken op eigen perceel (bergen in het groen/infiltreren in de bodem en hergebruiken) en daarna afvoeren naar openbaar gebied voor centrale verwerking volgens diezelfde voorkeursvolgorde.
Vasthouden van hemelwater (infiltreren)
Met name op de hoge koppen en in de flanken streven we waar mogelijk naar het vasthouden van hemelwater op groene daken, in bovengrondse voorzieningen en/of in de bodem (hydrologisch positief ontwikkelen) en ontharden (minder verhard oppervlak aanleggen). Hiermee reduceren we de belasting op het rioleringssysteem, vullen we de zoetwatervoorraad aan en dragen we bij aan een klimaatbestendige leefomgeving. Via integraal beheer stemmen we af dat de functie van bovengrondse hemelwatervoorzieningen gewaarborgd blijft.
Bergen/Benutten van hemelwater (hergebruiken)
Overtollig hemel- en grondwater dient op eigen perceel te worden verwerkt (bergen in het groen/infiltreren in de bodem-hergebruiken). Afvoer naar openbaar gebied voor centrale verwerking is pas mogelijk indien hier aantoonbaar niet aan kan worden voldaan.
Het hemelwater kan worden benut om onder andere de tuin te besproeien of om de belevingswaarde van water te vergroten. Het gebruik van hemelwater op particulier terrein als alternatief tappunt voor water raden we vooralsnog af. Dit vanwege de volksgezondheidsrisico’s en relatief hoge onderhoudskosten. We blijven als gemeente aangesloten bij de Waterbank en passen deze toe in projecten waarbij opgeslagen water kan worden hergebruikt.
Afvoeren van hemelwater
Bij het lozen van hemelwater in de bodem of op oppervlaktewater houden we ons aan de Algemene Rijksregels en onze gidsprincipes. Uitgangspunt is dat de lozing van hemelwater niet mag leiden tot een ontoelaatbare verontreiniging van bodem of oppervlaktewater en de drinkwatervoorziening niet in gevaar mag brengen. In geval van het beschermingsgebied Luyksgestel houden we ons aan de gemaakte afspraken in het betreffende gebiedsdossier. Uit het oogpunt van beheer en een robuuste werking gaat onze sterke voorkeur uit naar bovengrondse zichtbare afstroming met zo min mogelijk ondergrondse leidingen (oppervlakkige afvoer).
Toetsingscriteria
Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade.
Hinder
Hinder heeft de volgende kenmerken:
kortdurende periode van water op straat;
waarbij verkeer nog mogelijk is.
duur in de orde van 15-30 minuten.
Ernstige hinder
Ernstige hinder heeft de volgende kenmerken:
langer durende periodes van water op straat;
verkeer is niet meer overal mogelijk (opdrijvende putdeksels).
duur in de orde van grootte van 30-120 min.
(Water)schade
(Water)schade heeft één van de volgende kenmerken:
grote economische schade;
gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat);
water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.
Ontwerp van nieuwe rioleringssystemen
Nieuwe rioleringssystemen ontwerpen we vooralsnog op een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn niet hoger komen dan 20 cm onder maaiveld. Vervolgens toetsen we het ontwerp ook aan een zwaardere bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting mag de druklijn maximaal tot aan maaiveld oplopen.
Toetsing van bestaande rioleringssystemen
Het bestaande gemengde rioleringssysteem toetsen we vooralsnog aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen. Een bij te leggen hemelwaterriool (afkoppelprojecten) toetsen we aan een zwaardere maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen.
(Verbeter)maatregelen wegen we af op basis van rendement. Als tegen geringe meerkosten significant meer effect kan worden bereikt dan gaat daar de voorkeur naar uit.
De komende planperiode voeren we, in het kader van het SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water), een verkenning uit naar het hanteren van composietbuien als ontwerpbuien en verkennen we of het hanteren van een andere ontwerpbui voor verbeterd gemengde riolering doelmatiger is. Een composietbui is een fictieve bui met een aan- en afloop en een piek in het midden. De intensiteit van de composietbuien is hoger dan de intensiteit van de traditionele ontwerpbuien die we hebben gebruikt in onze vroegere modelberekeningen.
Risicobeheersing
Het verwerken van alle buien zonder dat dit tot (ernstige) hinder of wateroverlast leidt is vanuit economisch oogpunt niet of nauwelijks haalbaar. Om deze reden zullen we moeten accepteren dat water op straat optreedt en er altijd een risico op waterschade blijft. Om de risico’s te beheersen hanteren we onderstaande strategie en focussen we de komende periode op klimaatadaptatie.
Accepteren hinder
Door regenwater te accepteren tussen de straatbanden, in groenvoorzieningen en te bufferen in de bodem kunnen ook zwaardere buien worden verwerkt. Dit vergt nieuwe investeringen, maar biedt ook nieuwe kansen. Met bovengrondse blauwgroene voorzieningen kunnen we bovendien een bijdrage leveren aan het oplossen van andere klimaat gerelateerde problemen zoals hittestress en langdurige droogte. Groen en water in de openbare ruimte hebben ook een gunstig effect op de gezondheid (meer bewegen, ontspanning) en kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met natuurontwikkeling. Daar waar bovengrondse oplossingen op korte termijn geen haalbare kaart zijn, bieden ondergrondse oplossingen uitkomst. In onze communicatie geven we aan dat water op straat vaker zal voorkomen en roepen we op om het rijgedrag hierop aan te passen.
Beperken risico op (ernstige) hinder
Bij ernstige hinder is sprake van verkeersbelemmering, bijvoorbeeld door ondergelopen tunnels of opdrijvende putdeksels. Dergelijke situaties zijn niet wenselijk, maar als het niet vaak voorkomt kunnen weggebruikers best een straatje omrijden of wachten totdat het water is weggezakt. In geval van ernstige hinder met een frequentie van optreden van ca. 1x per 2 jaar op een bepaalde locatie treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden van ernstige hinder aanmerkelijk kleiner wordt.
Omgaan met risico op waterschade
In geval van waterschade treffen we als gemeente (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer.
Wateroverlastsituaties pakken we aan in onze FOCUS herinrichtingsprojecten. We vervangen in deze gebieden de bestaande gemengde riolering voor gescheiden riolering en werken toe naar een water robuuste structuur voor de verwerking van normale buien.
De keuze voor het investeren in een hogere graad van bescherming tegen wateroverlast (extreme buien) is een afweging tussen de meerkosten van verbetermaatregelen, de potentie van de bovengrond om extra regenwater te kunnen verwerken en te vermijden schadekosten. Ter bepaling van de kwetsbaarheid ten aanzien van wateroverlast voeren we periodiek een stresstest uit.
De komende planperiode gaan we door met het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen te vergroten en vervolgens te bespreken met de belanghebbenden hoe deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen te verkleinen is. Gebieden waar de urgentie het hoogste is willen we als eerste aanpakken, maar is ook afhankelijk van andere initiatieven die er spelen, bijvoorbeeld op het vlak van de energietransitie en het ambitieniveau van onze gemeenteraad om te investeren in klimaatadaptatie.
Met de gebiedsgerichte aanpak bij herinrichtingsprojecten willen we toegroeien naar een klimaatbestendig Bergeijk in 2050. Hierbij gaat het vooral om het tegengaan van opwarming, wateroverlast en verdroging zowel in de bebouwde omgeving als in het omringende buitengebied en de natuur. Op het vlak van water en riolering stellen we ons de ambitie om (binnen gerelateerde projecten) bij te dragen aan andere klimaatthema’s dan wateroverlast zoals droogte, hittestress en biodiversiteit, Dit doen we door meekoppelkansen te benutten en belanghebbenden bij elkaar te brengen.
Combineren van ondergrondse met bovengrondse maatregelen
In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen streven we ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij werken we volgens het proces FOCUS. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk water- en rioleringssysteem uren en middelen beschikbaar te stellen.
Om het risico op waterschade te beperken streven we bij ruimtelijke ontwikkelingen naar een vloerpeil van 15-30 cm ten opzichte van straatpeil.
Hemelwaterberging
Met het doorvoeren van verbetermaatregelen en afkoppelen van verhard oppervlak hebben we als gemeente Bergeijk al een flinke stap gezet in het beperken van de kans op wateroverlast. Echter door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast toe en zijn nieuwe investeringen nodig. Om Bergeijk toekomstbestendig te (her)inrichten willen we meldings- en vergunning plichtige ingrepen benutten om een versnelde afvoer van neerslag te compenseren door waterberging. Voor nieuwbouw gaan we uit van een hydrologisch positieve inrichting, tenzij dit aantoonbaar niet doelmatig is. Hydrologisch positief wil zeggen dat de ingreep bijdraagt aan een herstel van het natuurlijk watersysteem. Indien hydrologisch positief niet doelmatig is geldt een hydrologisch neutrale situatie als uitgangspunt. In dat geval is er geen verslechtering van het natuurlijk watersysteem.
Bij ontwikkelingen (toename of sloop/herbouw/opnieuw aanleggen) >50 m² waarbij op een gemeentelijke voorziening wordt geloosd is het gemeentelijk hemelwaterbeleid van toepassing.
Voor ontwikkelingen die direct op oppervlaktewater in beheer van het waterschap lozen is het beleid van Waterschap De Dommel van toepassing. Dit betekent dat bij een toename > 500 m² aan de bergingsopgave zoals beschreven in de Keur moet worden voldaan (de ondergrens is in de afgelopen planperiode bijgesteld van 2.000 m2 naar 500 m2).
In ons gemeentelijk hemelwaterbeleid maken we onderscheid naar de volgende situaties:
Onder nieuwbouw verstaan we het bebouwen van nog onbebouwd gebied. Deze situatie biedt maximale vrijheid om de benodigde voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren.
Onder herstructurering verstaan we een ingreep in de bebouwde omgeving met nieuwbouw na sloop of hergebruik na renovatie. Deze situatie biedt een redelijke vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren.
Onder herinrichting verstaan we het vernieuwen van de openbare ruimte (multidisciplinaire rioolvervangingsprojecten) waarbij de werkzaamheden alleen plaatsvinden in de openbare ruimte en niet/minimaal op particulier terrein en het verhard oppervlak niet toeneemt. Deze situatie biedt enige vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren.
Afbeelding 10: Herinrichting van Kleine Broekstraat/Industrieweg
Onder vernieuwing verstaan we het technisch in stand houden door vernieuwing (monodisciplinair project). Deze situatie biedt nauwelijks vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren.
De aanleg van voorzieningen voor kleine ontwikkelingen/ wijzigingen is relatief kostbaar en staat niet in verhouding tot het resultaat. Daarnaast leert de ervaring dat kleine voorzieningen op de lange termijn vaak relatief slecht functioneren (vervuiling/verstopping). Om deze reden geldt een minimumgrens van 50 m2. Een toename of opnieuw aanleggen van het verhard oppervlak kleiner dan deze ondergrens is vrijgesteld van de waterbergingseis.
Waterbergingseis nieuwbouw
Voor nieuwbouw verplichten we de aanleg van 60 mm hemelwaterberging op eigen terrein. Als dit aantoonbaar niet doelmatig/haalbaar is of transport naar een opvanglocatie buiten het plangebied doelmatiger is, dan is verwerking buiten het plangebied toegestaan. Om de afweging tussen lokaal-centraal te maken stellen we de komende planperiode een transparant afwegingskader op. De ontwikkelende partij financiert de waterbergingsopgave binnen of buiten het te ontwikkelen gebied.
Voor grote ontwikkelingen >10.000 m² moet een hydrologisch plan worden opgesteld, waarbij de effecten op de omgeving in kaart worden gebracht. Samen met het waterschap bespreken we de benodigde maatregelen. Dit kan, afhankelijk van doelstellingen (bijvoorbeeld vernatting van natuur) resulteren in afwijkende compenserende maatregelen.
Waterbergingseis herinrichting woongebieden
Voor een herinrichting hanteren we voor woongebieden als uitgangspunt 60 mm hemelwaterberging gerekend over het openbaar her in te richten gebied. Omdat de lokale omstandigheden een dergelijke eis niet altijd toelaten hanteren we een gebiedsfactor (zie tabel 4.1). Hoe beter de doorlatendheid van de bodem voor hemelwaterinfiltratie des te hoger de eis. Hiervoor hebben we als gemeente kaarten opgesteld, waarbij een indeling is gemaakt in 15, 30 en 60 mm waterberging. De meest kritische parameter bepaalt in welke categorie een gebied valt. In het geval bij herinrichting de waterbergingseis aantoonbaar praktisch niet haalbaar is, kan in overleg met de belanghebbende partijen hiervan worden afgeweken.
Tabel 4.1: Gebiedsgerichte omrekenfactoren waterbergingsopgave
Waterberging
Ontwateringsdiepte
[m]
Bebouwingsdichtheid [%]
Indicatieve doorlatendheid bodem
60
>1,00
< 60
Goed/ wisselend
30
Wisselend
60-85
Matig
15
<1,00
>85
-
Op basis van de beschikbare gegevens hebben we de omrekenfactoren op clusterniveau bepaald en gebaseerd op relatief homogene gronden. Bij eventuele verschillen binnen een cluster hebben we de hoogste omrekenfactor gehanteerd. Voor een groot deel van onze gemeente is sprake van een factor 1 (geen reductie van de bergingsopgave). Voor een aantal clusters is de factor 0,5 of 0,25.
Waterbergingseis herinrichting/nieuwe aanleg bedrijventerreinen
De waterbergingseis, zoals deze geldt voor herinrichting van woongebieden, geldt ook voor herinrichting van bedrijventerreinen. Bij nieuwe aanleg van een bedrijventerrein dient minimaal de afvoer van het dakoppervlak via waterberging te worden gecompenseerd op eigen terrein. Voor de overige verharding is transport via hemelwaterriolering naar centrale berging in openbaar gebied een mogelijke optie indien waterberging aantoonbaar niet kan.
Waterbergingseis herstructurering
Voor een herstructurering hanteren we als uitgangspunt 60 mm hemelwaterberging gerekend over het te herstructureren gebied en hanteren we dezelfde gebiedsfactoren als voor herinrichting. Als gevolg van lokale verschillen in de bodemopbouw kan de gemaakte indeling leiden tot een onevenredig grote inspanning voor het realiseren van de benodigde hoeveelheid hemelwaterberging. In dat geval dient de perceeleigenaar aantoonbaar te maken dat de lokale infiltratiecapaciteit van de bodem afwijkt van de aangegeven doorlatendheid. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de bij onze gemeente eventueel beschikbare K-waarde metingen of dienen praktijkmetingen te worden uitgevoerd. De omrekenfactor wordt in dat geval gebaseerd op de gemeten K-waarde.
Waterbergingseis vernieuwing
In geval van vernieuwing zijn de mogelijkheden tot het aanbrengen van hemelwaterberging beperkt. We eisen geen compenserende waterberging maar juichen de inzet van hemelwater infiltrerende voorzieningen toe.
Het in dit VGRP omschreven hemelwaterbeleid is kader stellend voor (her)ontwikkelingen. Door het hemelwaterbeleid juridisch te onderbouwen en op te nemen in het Omgevingsplan kunnen we dit ook afdwingen.
Voor dagelijks gebruik is een infographic met een daaraan gekoppelde beslisboom opgesteld die het beleid en de eisen visualiseert. Deze kan als handleiding worden gebruikt bij de interpretatie en realisatie van de beleidsregels en voor het snel en op afgestemde wijze kunnen beantwoorden van vragen.
Afbeelding 11: Infographic hemelwaterbeleid (bron: gemeente Bergeijk)
Handhaving en werking hemelwatervoorzieningen
Om ervoor te zorgen dat de beleidsregels op bouwperceelniveau worden nageleefd is met name handhaving tijdens de bouwfase noodzakelijk. In die fase is namelijk nog controle mogelijk op de ondergrondse voorzieningen. We hebben niet de capaciteit hebben om elke voorziening na te lopen. De komende planperiode willen we dit onderdeel van het VTH traject maken, wellicht in samenwerking met de buurgemeenten.
Investering
Bij nieuwbouw en herstructureringen draagt de initiatiefnemer de kosten voor het aanbrengen van waterberging. Voor herinrichting is in het FOCUS-programma budget opgenomen voor een water robuust en klimaatbestendige inrichting.
Artikel 4.2.2
Zorgplicht hemelwater en bijdrage aan klimaatadaptatie
Onderdeel van Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2025-2029