Om tot een kostendekkend tarief te komen, maken we een financiële doorrekening van de rioolheffing over de gemiddelde levensduur van de riolering. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Rioolheffing
Het tarief voor de rioolheffing bedraagt in 2024 € 180,39. Dit betreft het tarief voor de heffingscategorie bij een geloosd aantal kubieke meters tot en met 100 m3.
Jaarlijks wordt er 0,8% aan rioolheffing kwijtgescholden (€ 16.232 in 2024).
De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b).
Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is – toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan.
De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.
Heffingseenheden
Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2024: 11.248. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale begrootte opbrengsten in 2024 en de bovengenoemde rioolheffing in 2024.
Op basis van 75% van de woningbouwprognose stijgt dit aantal met 107 per jaar tot en met 2030. Daarna houden we rekening 50 eenheden groei per jaar tot en met 2040, wat uitkomt op 12.498 eenheden in 2041.
Rente en inflatie
De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,5 %. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering.
We rekenen geen rente toe op positieve saldi van reserves of voorzieningen.
Aanname in de kostendekkingsberekening is dat er 1,6 % indexatie per jaar plaatsvindt van de uitgaven, saldo’s op voorzieningen en de boekwaarde (als gevolg van inflatie). Bij de aanpassing van de begroting wordt de werkelijke inflatie gebruikt.
De rekenresultaten in dit rapport zijn echter gepresenteerd op vast prijspeil, exclusief indexatie. Als gevolg van inflatie dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd.
BTW
Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten en de kapitaallasten (afschrijvingen + rente).
Voorzieningen
Het saldo van de Tarief egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2024: € 716.110
Het saldo van de Spaarvoorziening Rioolvervanging (BBV 44.1d) bedraagt per 1 januari 2024: € 653.261
Het saldo van de voorzieningen mag gedurende de gehele beschouwde periode (60 jaar) niet negatief zijn.
Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.
Investeringen
De FOCUS projectenplanning is gehanteerd voor de investeringen in 2024 tot en met 2032.
De lange termijn cyclische vervangingsinvesteringen voor de vrij verval riolering (vanaf 2033) zijn bepaald op basis van aanleg- en renovatie jaren vanuit het beheerbestand.
De onderliggende kostenkengetallen komen uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2021) zijn met 8,9% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2024 te brengen.
De cyclische vervangingsinvesteringen voor de gemalen, drukriolering en randvoorzieningen (vanaf 2024) zijn bepaald op basis van praktijkervaring.
We activeren alle investeringen en hanteren hierbij fiscale afschrijvingstermijnen gelijk aan de technische levensduur:
Vrij verval riolering; 60 jaar
Duikers; 75 jaar
Pers- en drukleidingen; 75 jaar
Bouwkundige delen van riool- en minigemalen: 60 jaar
Elektromechanische delen van riool- en minigemalen: 20 jaar.
De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Toerekening van kosten
De kosten voor straatvegen worden voor 15% doorbelast aan de rioolheffing (€ 5.000 per jaar).
De kosten voor het maaien van voorzieningen wordt doorbelast aan de rioolheffing voor een bedrag van € 15.000 per jaar.
Er is jaarlijks € 80.000 budget voor klimaatadaptatie meekoppelkansen. Wanneer in projecten kansen liggen voor klimaat adaptieve maatregelen, kunnen we met dit budget een financiële bijdrage doen om die kans te verzilveren. Omdat het mee koppel budget vanuit de rioolheffing beschikbaar is, besteden we het (binnen de kaders van de BBV) voor zover dit een relatie met de waterhuishouding heeft en functioneel bijdraagt aan het water robuust en klimaatbestendig maken van het stedelijk watersysteem. De hoogte van de financiële bijdrage wordt per project bepaald naar rato van het positieve effect.
Artikel 6.2.1
Uitgangspunten en basisgegevens
Onderdeel van Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2025-2029