We onderscheiden in het overzicht van uitgaven de exploitatiekosten en investeringsuitgaven:
Exploitatiekosten zijn de directe kosten voor activiteiten zoals planvorming, onderzoek, beheer, en facilitaire zaken. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De onderhoudsactiviteiten betreffen een groot aandeel van de exploitatiekosten. Ook loonkosten en overhead zijn onderdeel van de exploitatiekosten.
Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen (kapitaallasten) bestaan uit rente en afschrijvingen.
De uitgangspunten (paragraaf 6.2.1), voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatroon in Figuur 6.1. De uitvoering van (verbeter)maatregelen hangen sterk samen met de planning en afstemming met andere boven- en ondergrondse werkzaamheden, de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie en de daaraan gekoppelde ambities. Dit zal uiteindelijk van invloed zijn op het werkelijke uitgavenpatroon.
Figuur 6.1 Verwacht uitgavenpatroon in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).