De doelstelling van de algemene reserve is:
het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten. De benodigde omvang is sterk afhankelijk van de interne beheersing van de bedrijfsprocessen. Als de planning- en controlcyclus goed functioneert dan zullen via bijsturing tekorten/overschotten in de uitvoering van de begroting met behulp van een aanpassingsproces in uiterlijk 2 à 3 jaar weer worden gecorrigeerd;
onvoorzienbare externe ontwikkelingen op te vangen.
Het ministerie van BZK stelt in zijn algemeenheid geen eisen ten aanzien van het niveau van de algemene reserve. In het besluit begroting en verantwoording (BBV) is alleen voorgeschreven dat de gemeente zelf haar beleid bepaalt ten aanzien van de algemene reserve.
De afgelopen jaren zijn de taken vanuit het Rijk fors toegenomen (onder meer binnen het sociaal domein en op gebied van duurzaamheid). In het financieel perspectief 2023 is de algemene reserve verhoogd naar 10% van de begrotingsomvang (ongeveer € 17,1 miljoen) en deze reserve aan te houden als risicoreserve. Het is dan niet meer nodig om een deel van de vrije reserve aan te houden ter dekking van risico’s waardoor een zuiverder beeld ontstaat op het besteedbaar vermogen aldaar.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1