De algemene reserve grondexploitatie (ARG) is een algemene reserve en heeft het karakter van een risicoreserve. Daarmee is deze te vergelijken met de Algemene Reserve op concernniveau. De inzetbaarheid van de algemene reserve grondexploitatie beperkt zich tot zaken die een duidelijk raakvlak hebben met het taakgebied grondexploitatie. Deze reserve kan worden aangewend voor het voeren van een actief grondbeleid, maar dient tevens als buffer voor het afdekken van mogelijke verliezen en risico’s.
Voor de wenselijke omvang van het weerstandsvermogen zijn een groot aantal factoren van belang, zoals de omvang van de geïnvesteerde bedragen (de boekwaarden), de looptijd van de exploitaties, de risico’s van prijs- en rentestijgingen voor de exploitatiekosten, prijsdalingen voor de grondverkopen, tegenvallende subsidies en afzet-stagnaties. Ingeval van samenwerking met projectontwikkelaars is ook de soliditeit van de betreffende ontwikkelaar een risicofactor. Tenslotte is de mate waarin voornoemde risico’s zijn afgedekt een belangrijk element. Kortom er is een groot aantal factoren van belang bij het bepalen van het benodigd weerstandsvermogen. Deze factoren laten zich niet in alle gevallen vastleggen in concrete cijfers.
In de voorgaande nota reserves & voorzieningen is de omvang van de Algemene reserve grondbedrijf (ABR) gemaximaliseerd op € 12,5 miljoen (en een minimale omvang van de ABR van € 9 miljoen). In het financieel perspectief 2023 is de ABR met € 4,1 miljoen verhoogd naar € 15 miljoen. Reden om dit op te hogen is gelegen in de ontwikkelingen rondom Oosterhout Oost voor de komende jaren, welke een hoger risicoprofiel voor het grondbedrijf betekenen, en de wens van de raad om een actieve grondpolitiek toe te passen. Daarbij komt dat er de komende tijd ontwikkelingen voorzien zijn waar grondexploitaties voor geopend zullen moeten worden (ontwikkeling Slotjesveld en ontwikkeling Hanze College en omgeving).
Middels het Meerjarenperspectief grondexploitaties (MPG) zal de omvang van de algemene reserve grondexploitatie worden gemonitord. Wanneer er aanleiding is om de omvang hiervan te verlagen of te verhogen, zal dit middels het MPG worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2