Het college toetst een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Hierbij toetst het college op de criteria: waarde, kwaliteit, gevaar, schade en hinder.
Het college toetst voor het criterium 'waarde' op één of meer van de volgende onderdelen:
Natuurwaarde;
Landschappelijke waarde;
Cultuurhistorische waarde;
Waarde voor stads- en dorpsschoon;
Beeldbepalende waarde;
Dendrologische waarde.
Het college toetst voor het criterium 'kwaliteit' op een of meer van de volgende onderdelen:
Verwachte levensduur van de houtopstand, naar oordeel van een boomdeskundige;
Gevaar van verspreiding van een boomziekte of vermeerdering van ziekteverspreiders, zoals insecten;
De noodzaak tot noodkap indien de houtopstand direct gevaar oplevert.
Het college toetst voor het criterium 'gevaar' op één of meer van de volgende onderdelen:
Wortelopdruk in verharding;
Angst voor omwaaien of takbreuk;
Boomziekten en aantastingen;
Direct gevaar.
Het college toetst voor het criterium 'schade' op één of meer van de volgende onderdelen:
Schade door kroon of wortels;
Economische schade.
Het college toetst voor het criterium 'hinder' op één of meer van de volgende onderdelen:
Hinder bij ruimtelijke ontwikkeling;
Afstand tot de erfgrens;
Blad-, bloesem en vruchtval;
Vogels, insecten en roetdauw;
Allergieën ;
Zonnepalen;
Schaduw in de tuin;
Daglicht in leef-/ werkruimte;
Artikel 2.
Toetsing aanvraag omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels voor houtopstanden gemeente Eemsdelta 2024