Het college legt voor iedere gevelde boom waarvoor een omgevingsvergunning nodig is een herplantplicht voor een nieuwe boom op, hetzij op dezelfde locatie, hetzij in de directe omgeving
Het college legt voor iedere gevelde vierkante meter (m2) houtopstand (hakhout, bos en bosplantsoen) waarvoor een omgevingsvergunning nodig is een herplantplicht voor een vierkante meter (m2) nieuwe houtopstand op, hetzij op dezelfde locatie, hetzij in de directe omgeving.
Het college legt voor iedere gevelde potentieel monumentale- of monumentale boom in houtopstand (hakhout, bos en bosplantsoen) een herplantplicht voor een nieuwe boom op, hetzij op dezelfde locatie, hetzij in de directe omgeving.
De herplant van bomen dient plaats te vinden in minimaal dezelfde boomgrootte (eindbeeld) als de gevelde boom. Onder boomgrootte wordt verstaan: bomen in de 1e, 2e of 3e grootte of vormbomen. Daar waar de herplantlocatie herplant in dezelfde boomgrootte dat niet toelaat, kan hier gemotiveerd van worden afgeweken.
De herplant van bomen in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling dient minimaal plaats te vinden in de maat 20-25 (stamomvang in centimeters op 1,00 meter hoogte).
De herplant van reguliere bomen dient minimaal plaats te vinden in de maat 20-25 (stamomvang in centimeters op 1,00 meter hoogte).
De herplant van particuliere bomen dient minimaal plaats te vinden in de maat 16-18 (stamomvang in centimeters op 1,00 meter hoogte).
De herplant van hakhout, bos en bosplantsoen dient minimaal plaats te vinden in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) en met een plantafstand tussen- en in de rij van 1,00 meter.
De herplant dient te worden gerealiseerd binnen 1 kalenderjaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.
In de omgevingsvergunning kan de verplichting worden opgelegd om binnen een bepaalde termijn na de herplant, niet-geslaagde beplanting te vervangen (nazorg). Onder nazorg wordt tevens het geven van water verstaan om de herplant te laten slagen.