**1..** Aan de kinderopvangorganisaties als bedoeld in artikel 1 onder a legt het college de volgende verplichtingen op:
de aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalenderjaar blijkt met daarbij een specificatie van:
de periode en het aantal dagdelen waarin de (doelgroep)peuter deelneemt aan de peuteropvang/peuterspeelzaalwerk;
de hoogte van de eigen bijdragen van ouders voor zover dit relevant is voor de subsidieverlening;
of een peuter doelgroeppeuter is op basis van de afgegeven indicatiestelling.
De aanbieder is verplicht een aansluitovereenkomst af te sluiten met de leverancier van het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringssysteem.
De aanbieder uploadt na afloop van ieder kwartaal kwantitatieve gegevens in het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringsysteem.
Hiervoor levert de aanbieder voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod.
Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.
de aanbieder van voorschoolse educatie werkt (pro)actief mee bij:
het overleg en de samenwerking met de GGD-JGZ teneinde ouders van doelgroeppeuters toe te leiden naar deelname aan voorschoolse educatie;
het (mee)realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn;
het ontwikkelen, versterken en vergroten van ouderbetrokkenheid;
het realiseren van een (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling;
het werken met een kind- en/of ontwikkelvolgsysteem;
het werken met een erkend vve-programma voor doelgroeppeuters;
het vastleggen en de borging van afspraken die gezamenlijk met andere betrokken partners worden gemaakt – mede in het kader van het voorkomen en het aanpakken van onderwijsachterstanden en andere relevante thema’s in het kader van de Lokale Educatieve Agenda;
het aansluiten bij door de gemeente georganiseerde Vve-overleg;
het ontplooien van activiteiten die zijn gericht op het verkrijgen van (meer) zicht op het (non)-bereik van doelgroeppeuters;
het samenwerken, afstemmen en overleggen met andere betrokken partners zoals het basisonderwijs, het consultatiebureau, basis- en sociaal team, etc.;
de deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing, toetsing alsmede het ontplooien van activiteiten teneinde te voldoen aan regelgeving;
het gericht ouderbeleid; het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid;
het gebruik maken van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de verwijsindex (VIR);
overige activiteiten die in het belang zijn voor het realiseren van de kwaliteit(seisen) van de uitvoering van de (doelgroep)peuteropvang.
**2..** De in dit artikel genoemde verplichtingen worden in de beschikking tot subsidieverlening dan wel in een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd.
Artikel 12
Verplichtingen
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leusden 2025