Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Verantwoording en vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leusden 2025

1.. De subsidieontvanger is verplicht voor 30 april 2026 een schriftelijke verantwoording te geven over de besteding van de subsidie. 2.. Het college beslist binnen 6 maanden na afloop van de subsidieperiode over de vaststelling van subsidies. 3.. De kwalitatieve eindverantwoording wordt gedaan op basis van het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringsysteem; 4.. Wij rekenen af op basis van gerealiseerde en benutte kindplaatsen. De subsidie wordt vastgesteld door: het geldende maximale uurtarief volgens de subsidienorm, zoals benoemd in artikel 11, lid 2 en 3; verminderd met de eigen bijdrage van ouders op basis van de inkomenscategorie per categorieën, zoals benoemd in artikel 9, lid 7 t/m 11. verminderd met de kinderopvangtoeslag die ouders in artikel 7, lid 1, categorie b ontvangen, en vermenigvuldigd met het aantal bezette kindplaatsen, onderscheiden naar de drie categorieën bedoeld in artikel 7, lid 1, sub a, b en c; het aantal kindplaatsen dat gedurende het jaar voor een deel bezet zijn geweest, worden alleen voor dat deel in de berekening meegenomen; 5.. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een beleidsverslag met onderwerpen zoals genoemd in artikel 8 lid 7. 6.. De houder legt vast aan hoeveel van peuters tussen tweeëneenhalf en vier jaar oud en behorend tot de op grond van artikel 167, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Wet op het primair onderwijs vastgestelde doelgroep op 1 januari voorschoolse educatie wordt aangeboden. 7.. De ontvanger van een subsidie van € 50.000,- of meer is verplicht bij de verantwoording een schriftelijke, onafhankelijke accountantsverklaring te overleggen aan het college, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 8.. Indien de verantwoording na eventueel verleende uitstel niet tijdig of volledig is ingediend stelt het college de subsidie ambtshalve vast. 9.. Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. Dit kan uiterlijk tot vijf jaar na de datum waarop de subsidie is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel