1.. In aanvulling op artikel 10, eerste lid, Asv komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

  • - een vast uurtarief van maximaal € 90 als vergoeding voor de directe loonkosten voor het realiseren van de activiteiten, zoals benoemd in artikel 2, tot maximaal 25% van de totale projectbegroting;
  • - advies- en begeleidingskosten: kosten voor bijvoorbeeld een architect of constructeur die zijn toe te rekenen aan de verwervingskosten en/of de bouw- en verbouwkosten;
  • - verwervingskosten: dit zijn de koopsom, de overdrachtsbelasting en financieringskosten;
  • - bouw- en verbouwkosten voor de broedplaatslocatie;
  • - voorbereidingskosten: dit zijn opstartkosten voor de organisatie en voor projectmanagement;
  • - onvoorziene kosten, met een maximaal van 5% van de totale subsidieaanvraag.

2.. In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekken burgemeester en wethouders in ieder geval geen subsidie voor kosten:

  • - om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;
  • - van reguliere werkzaamheden van de aanvrager. Dit geldt ook voor programmering die niet specifiek toe te schrijven is aan het ontwikkelen van de nieuwe (delen van de) broedplaats;
  • - gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
  • - van in natura geleverde diensten en goederen;
  • - van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
  • - betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten;
  • - voor eventuele (werk)ruimtes en ondergeschikte voorzieningen in het pand die niet beschikbaar worden gesteld voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de circulariteit, kunst en cultuur; Het is wel toegestaan (werk)ruimtes aan commerciële partijen te verhuren (al dan niet voor een commerciële huurprijs), maar hiervoor zijn de kosten voor eigen rekening;
  • - voor functies die in het kader van de Wet Markt en Overheid niet voor subsidie in aanmerking komen zoals horeca;
  • - die binnen een looptijd van 2 jaar terugverdiend kunnen worden met de verwachte extra inkomsten uit de exploitatie. Aanvragers dienen dit inzichtelijk te maken in de investerings- en exploitatiebegroting.