In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • - De subsidieontvanger stelt voorschoolse educatie beschikbaar gedurende ten minste 40 weken per jaar, en per week ten minste gedurende 16 uren verdeeld over ten minste 3 werkdagen.
  • - Het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een niet vve-geïndiceerd kind, bedraagt de helft van het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een vve-geïndiceerd kind, waarbij het aantal dagdelen voor een niet vve-geïndiceerd kind naar beneden wordt afgerond op hele dagdelen.
  • - Indien er sprake is van een wachtlijst voor toegang tot een v.e.-groep, geeft de subsidieontvanger voorrang aan een vve-geïndiceerd kind.
  • - De subsidieontvanger evalueert eenmaal per jaar de gegevens uit het kindvolgsysteem en deelt de geanonimiseerde geaggregeerde gegevens en de bevindingen in de ‘kwaliteitsdialoog vve’.
  • - De subsidieontvanger neem tweemaal per jaar deel aan de ‘kwaliteitsdialoog vve’.
  • - De subsidieontvanger levert per kwartaal de voor de Peutermonitor benodigde gegevens aan zoals benoemd in bijlage 2 bij deze regeling.
  • - De subsidieontvanger neemt deel aan de Verwijsindex Eemland.
  • - De subsidieontvanger neemt ieder kwartaal deel aan overleg met de gemeente over de voortgang van de voorschoolse educatie.
  • - De subsidieontvanger werkt mee aan de totstandkoming en uitvoering van Amersfoortse resultaatafspraken voor de voorschoolse educatie.
  • - De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een vve-geïndiceerd kind die recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage conform het uurtarief bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het Besluit kinderopvangtoeslag.
  • - De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage op grond van de tabel in bijlage 3 bij deze regeling.
  • - De subsidieontvanger rapporteert aan het eind van elk kwartaal (in de Peutermonitor) aan burgemeester en wethouders over:
    • - het aantal v.e.-groepen waarin voorschoolse educatie is aangeboden;
    • - het aantal vve-geïndiceerde kinderen dat per v.e.-groep heeft deelgenomen; en
    • - het aantal kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen, en welk aantal daarvan vve-geïndiceerde kinderen betrof.
  • - De subsidieontvanger dient aan het eind van het jaar 2025-2026 voor het jaar 2026-2027 een prognose in van:
    • - het aantal v.e.-groepen waarin voorschoolse educatie wordt aangeboden;
    • - het aantal vve-geïndiceerde kinderen dat per v.e.-groep deelneemt; en
    • - het aantal kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dat deelneemt, en welk aantal daarvan vve-geïndiceerde kinderen betreft.