Voorzieningen zijn, in tegenstelling tot reserves, onderdeel van het vreemd vermogen. De middelen in een voorziening zijn niet vrij beschikbaar. Voorzieningen worden gevormd voor lasten die in de toekomst te verwachten zijn en waarvan de omvang niet bekend is, maar wel redelijkerwijs is in te schatten.
Voorzieningen worden gevormd voor:
verplichtingen en verwachte verliezen;
bestaande risico’s;
egalisatie van (onderhouds-)kosten;
bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven;
middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is.
Bij voorzieningen moet duidelijk aangegeven worden voor welke egalisatie van de exploitatiekosten de voorziening wordt ingesteld, dan wel met voor welke onzekere verplichtingen, verliezen of risico´s de voorziening wordt gevormd.
De looptijd van voorzieningen kan variëren. Deze kan een vaste begrensde periode betreffen, maar ook, bij een regelmatig terugkerend patroon, theoretisch oneindig zijn. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen en om ongewenste tussentijdse wijziging van de looptijd tegen te gaan, zal helder moeten zijn welke looptijd aan de voorziening is verbonden, dan wel binnen welke grenzen deze looptijd valt. Bovendien moet aangegeven worden door wie de voorziening wordt beheerd. Het beheer betreft het zorgdragen voor de voeding van de voorziening en de verantwoording hierover.
Het gaat bij voorzieningen om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals garantieverplichtingen en dergelijke. Ook kunnen voorzieningen betrekking hebben op verplichtingen, samenhangend met het in de tijd onregelmatig verspreid zijn van bepaalde kosten, zoals bijvoorbeeld groot onderhoud. Voorts kunnen voorzieningen een schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals reorganisaties. Indien de verplichting of het risico niet te kwantificeren is, dan dient hiervan melding te worden gemaakt in de risicoparagraaf onderdeel van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Voor de gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in relatie staan tot het bedrijfsgebeuren in de periode voorafgaande aan de balansdatum, kunnen geen voorzieningen worden gevormd. Posten als schulden en transitoria (posten die overlopen van het ene boekjaar naar het volgende boekjaar, bijvoorbeeld de post nog te betalen bedragen) vallen niet onder het begrip voorzieningen, omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van opeisbaar worden van de schuld of over de omvang en het tijdstip van het ontstaan van de last.
Voor tarieven aan derden is een onderscheid gemaakt. Indien tarieven worden geheven, waarvan de besteding is gebonden – dat wil zeggen dat de middelen moeten worden teruggegeven, als ze niet aan het specifieke doel waarvoor ze zijn geheven worden besteed – dan vallen deze middelen onder de voorzieningen. Indien de besteding niet dusdanig is gebonden dat de middelen teruggegeven moeten worden, dan dienen ze onder de bestemmingsreserves gerangschikt te worden.
Middelen van derden, waarvan de aanwending is gebonden, worden niet in voorzieningen gestort, maar opgenomen als vooruitontvangen bedragen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.1
Inleiding
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2021