De vorming van voorzieningen is veel dwingender voorgeschreven door het BBV dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV aan strikte regelgeving gebonden. Het vormen van voorzieningen is geregeld in artikel 44 BBV. Voorzieningen worden gevormd wegens:
bij verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten (artikel 44 lid 1a BBV);
bij bestaande risico’s ter zake van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (artikel 44 lid 1b BBV);
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (artikel 44 lid 1c BBV);
de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in BBV artikel 35, eerste lid, onder b (artikel 44 lid 1 d BBV).
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Uitgezonderd zijn voorschotbedragen ontvangen van de Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, bedoeld in artikel 49, onderdeel b BBV (artikel 44 lid 2 BBV).
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3 BBV).
Bij het instellen van een voorziening worden de volgende criteria gehanteerd:
een voorziening wordt ingesteld voor een concreet door de raad vast te stellen doel;
het instellen van een voorziening dient met een raadsbesluit plaats te vinden.
In het raadsbesluit dient aangegeven te worden:
Het specifieke doel van de voorziening;
De voeding van de voorziening;
De benodigde minimale en/of maximale omvang;
Het bestedingsplan
Bij een onderhoudsvoorziening wordt de jaarlijkse storting bepaald aan de hand van een meerjarig beheerplan.
Indien bij het opstellen van de jaarrekening zich een financieel risico voordoet dat van invloed is op het getrouwe beeld van de jaarrekening, zal hiervoor een voorziening moeten worden getroffen en/of een extra dotatie moeten worden gedaan. In afwijking op bovenstaande, zal dit zonder besluitvorming van de raad plaatsvinden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Instellen van voorzieningen
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2021