Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Kaderstelling

Onderdeel van Beleidsregels briefadres gemeente Oosterhout 2024

Bij de beoordeling of iemand op een briefadres kan worden ingeschreven, wordt de volgende systematiek gevolgd. Stel ten eerste het volgende vast: Verblijft betrokkene rechtmatig in Nederland? Is er de redelijke verwachting dat betrokkene tenminste vier van de aankomende zes maanden in Nederland zal verblijven? Kan de identiteit worden vastgesteld? Moet een van de voorgaande vragen met nee worden beantwoord, kan inschrijving niet plaatsvinden. Bij drie maal ja op voorgaande vragen, beoordeel je of betrokkene in één van de volgende categorieën valt: Verblijf in penitentiaire instelling Verblijf in psychiatrische instelling Verblijf in instelling voor kinderbescherming, opvang of beschermd wonen. Om veiligheidsredenen is registratie woonadres onwenselijk Er is duidelijk geen sprake van een woonadres door: Dak- of thuisloosheid Korte overbrugging tussen twee woonadressen De uitoefening van een ambulant beroep Kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd Korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft Is één van deze zaken van toepassing, dan moet worden ingeschreven op een briefadres (door betrokkene aangeleverd, bij gebrek daaraan door de gemeente aangeleverd). Dan zal er nog een groep overblijven waarbij ofwel onduidelijk is of er een woonadres is ofwel er wel een woonadres is maar inschrijving daarop wordt vermeden door betrokkene. Bij gevallen waarin nog onduidelijk is wat de situatie is, kunnen de volgende acties worden ondernomen: Stel vragen aan betrokkene Vraag bewijsstukken aan betrokkene Overleg met andere afdelingen voor mogelijk meer informatie Wanneer een inwoner in zijn geheel niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht, is de gemeente niet gehouden aan het verstrekken van een briefadres. De redelijkheid brengt mee dat er voldoende informatie moet zijn om duidelijk te hebben wat de situatie is maar dat het niet nodig is om van een halfjaar van dag tot dag de verblijfplaats op te vragen. De inlichtingen /bewijsstukken die kunnen worden gevraagd zijn bijvoorbeeld: Bankafschriften Bewijs inschrijving woningvereniging Bewijzen van reacties op woningen cq het actief zoeken naar woonruimte Bewijs van een aanmeerplaats in Nederland indien het een vaartuig betreft Bewijs dat men zich niet mag inschrijven op een recreatie/vakantiepark Bewijzen van de camping(s) bij verblijf korter dan 6 maanden in het buitenland Bij verblijf korter dan 6 maanden in het buitenland kun je verplichten om de informatie over het adres waarbinnen die periode terug wordt gekeerd vooraf bekend te maken. Ook al mag je pas vier weken voordat je verhuisd aangifte doen is het praktisch om in sommige gevallen alvast de verhuizing door te laten geven en dan pas het briefadres te verstrekken. Dit ter voorkoming van onrechtmatig gebruik van een briefadres en dat personen langer dan 8 maanden in het buitenland verblijven, waarbij zij gehouden zijn tot het doorgeven van een emigratie. Wanneer sprake is van een woonadres maar inschrijving wordt vermeden, worden de onderliggende redenen bezien. Er wordt bezien of in dat domein tot een oplossing kan worden gekomen waardoor inschrijving op een woonadres alsnog mogelijk is. Enkele voorbeelden: Verblijf in een pand zonder woonbestemming./ Verblijf bij iemand in een sociale huurwoning zonder toestemming corporatie: toestemming corporatie is voor ons niet noodzakelijk om toch in te schrijven. Overleg met corporatie om tijdelijk toe te staan of deel mede dat we toch tot inschrijving overgaan. Verblijf bij iemand die gekort wordt op bijstandsuitkering. Dan zal er nog een groep overblijven die voldoet aan de voorwaarden genoemd onder a, geen recht op een briefadres onder b heeft, waarvan na c de situatie ook voldoende duidelijk is en waarvoor ook geen oplossing gevonden kon worden zoals onder d. Met name deze groep leent zich goed voor overleg met het sociaal domein. Daarmee kan in goed overleg toch met elkaar worden besloten om de hardheidsclausule toe te passen op grond waarvan toch een briefadres verstrekt wordt. Juridisch bestaat deze mogelijkheid (nog) niet. In de communicatie rondom de invoering van de wetswijziging van 1 januari 2022 is hier onder andere door het Rijk echter wel toe opgeroepen. Om vast te stellen of de hardheidsclausule mag worden toegepast, vindt een beoordeling plaats van de volgende drie factoren: De burger moet zijn inlichtingenplicht voldoende zijn nagekomen Inschrijving op een woonadres is niet realistisch of heeft onevenredig negatieve gevolgen Uitblijven van een inschrijving veroorzaakt eveneens onevenredig negatieve gevolgen Wanneer besloten wordt tot het toepassen van de hardheidsclausule, worden met de burger concrete afspraken gemaakt over het briefadres. Ook wordt er een termijn afgesproken waarna herbeoordeling plaatsvindt. Leg het toepassen van de hardheidsclausule, de argumenten hiervoor en de gemaakte afspraken goed vast in een dossier. Het toepassen van de hardheidsclausule houdt in dat de gemeente afwijkt van de wettelijke verplichtingen vanuit de Wet BRP. Er is in deze gevallen voor de burger geen sprake van een recht op een briefadres. Om die reden kan het niet nakomen van de afspraken of het verstrijken van de termijn wél aanleiding zijn om het briefadres te beëindigen. Wanneer een gemeentelijk briefadres moet worden verstrekt en aan de voorwaarden van geen enkel gemeentelijk briefadres wordt voldaan, wordt gekeken naar de hulpvraag van betrokkene. Inschrijving vindt plaats op het gemeentelijk briefadres dat het meeste aansluiting heeft op de hulpvraag van betrokkene, ook als dat niet volledig past binnen de voorwaarden die aan dat briefadres zijn gehangen. Is er geen sprake van een hulpvraag, vindt de verdere behandeling plaats door Burgerzaken Slotjesveld 1.

Rechtspraak bij dit artikel