Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Voorbeeldenbank

Onderdeel van Beleidsregels briefadres gemeente Oosterhout 2024

De volgende casussen zijn uitgewerkt: a.Gemeentetaak De gemeente waar een persoon zijn aanvraag voor een briefadres indient is verantwoordelijk voor de afhandeling daarvan. Gemeentes zijn gewezen op deze verantwoordelijkheid. In beginsel zal altijd worden geadviseerd de aanvraag in de daadwerkelijke verblijfplaats in te dienen. Bij constatering dat voor een gemeentelijk briefadres nog wordt doorverwezen door een omliggende gemeente, wordt contact opgenomen met die betreffende gemeente. Het belang van de burger staat hierbij voorop. Indien na contact met de betreffende gemeente op korte termijn geen uitkomst kan worden geboden voor de burger, wordt deze onderwijl ingeschreven op een gemeentelijk briefadres. b.Onvoorbereide vestigers Dit zijn personen die zonder enige voorbereiding naar Nederland zijn gekomen. Ze hebben hier vaak geen verblijfplaats of inkomen. In deze gevallen wordt eerst gekeken of er sprake is van een woonadres en wordt geprobeerd daarop in te schrijven. Is er geen woonadres, wordt gekeken of de persoon geholpen kan worden met terugkeer naar land van herkomst. Dit is in geen geval mogelijk bij iemand met de Nederlandse nationaliteit. Is geen sprake van een woonadres en is terugkeer uitgesloten, moet een gemeentelijk briefadres worden verleend. c.Vakantieparken Door persoonlijke omstandigheden of door eigen keuze komt het voor dat mensen voor een langere tijd wonen op een vakantiepark. Wanneer iemand op een vakantiepark verblijft, is er sprake van een woonadres en dient daar in beginsel ingeschreven te worden. Als het vakantiepark zich niet in de gemeente Oosterhout bevindt, wordt overlegd met de gemeente waar het vakantiepark zich wel bevindt, zij is verplicht tot inschrijving van de betreffende persoon. Leidt dit niet tot inschrijving, dan wordt beoordeeld of de hardheidsclausule kan worden toegepast. Bij vakantieparken die niet in Nederland liggen moet eveneens beoordeeld worden of betrokkene in geval van hervestiging ten minste twee derde van het aankomende halfjaar in Nederland zal verblijven (artikel 2.19 Wet BRP). Staat een persoon al ingeschreven, moet beoordeeld worden of deze niet van het aankomende jaar tenminste twee derde van de tijd in het buitenland zal verblijven (artikel 2.21 Wet BRP). In dat geval dient aangifte van emigratie te worden gedaan en kan ook geen inschrijving op een briefadres plaatsvinden. In onderzoek geplaatst wegens niet meer voldoen aan voorwaarden gemeentelijk briefadres Een aantal gemeentelijke briefadressen wordt alleen verstrekt als de burger aan bepaalde voorwaarden voldoet zoals bijvoorbeeld het volgen van een zorgtraject bij het sociaal domein. Als een burger niet langer aan die voorwaarden voldoet, is dat aanleiding om opnieuw te beoordelen of nog sprake is van recht op een briefadres. Het niet langer aan de voorwaarden van een gemeentelijk briefadres voldoen, kan op zichzelf nooit aanleiding zijn om een burger ambtshalve uit te schrijven. Er zijn verschillende vervolgstappen mogelijk: Als de persoon niet meer bereikt kan worden, wordt de procedure zoals bedoeld in artikel 2.22 Wet BRP (ambtshalve uitschrijving) gevolgd. Deze is ook na de wetswijziging onverminderd van kracht gebleven. Als er inmiddels sprake is van een woonadres wordt de burger bewogen zijn verhuizing door te geven of wordt deze ambtshalve verhuisd. Kan de persoon nog bereikt worden zoals bedoeld in artikel 2.22 Wet BRP, is deze nog steeds ingezetene en is er geen sprake van een woonadres, zal de persoon ingeschreven moeten blijven staan met een briefadres. Mogelijk is er een ander gemeentelijk briefadres dat inmiddels beter aansluit bij de hulpvraag van betrokkene. Is er geen hulpvraag, wordt gekeken of betrokkene zelf een briefadresgever kan aanleveren. Kan hij dit niet, wordt het een briefadres aan het Slotjesveld 1 4902 ZP te Oosterhout.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel