Naar hoofdinhoud
Subsidie is per uur per gecontracteerde kindplaats. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: Voor de in artikel 3 lid 1 sub a genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette kindplaats per jaar: maximaal 8 uur per week * 40 weken * normtarief. Voor de in artikel 3 lid 1 sub b genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette kindplaats per jaar: maximaal 16 uur per week * 40 weken * normtarief minus de geldende, gefactureerde inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 5 lid 3. Voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette kindplaats per jaar: maximaal 7 uur per week * 40 weken * het normtarief minus de geldende berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 5 lid 3. Naast de subsidie zoals genoemd in het artikel 4 lid 1 wordt jaarlijks een subsidie verstrekt van € 3.000,00 per ve-peuteropvanglocatie. Het normtarief voor een (ve-)kindplaats + de ve-locatiesubsidie dekken de kosten voor het voldoen aan alle wettelijke eisen voor de uitvoering van reguliere- en ve-peuteropvang activiteiten, materialen, coördinatie en managementuren, taakuren voor overdracht, signalering en oudergesprekken, scholing, professionalisering en huisvesting. Het normtarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het ministerie van SZW voor het landelijk maximum uurtarief kinderopvang op basis van T-1 (In 2025 wordt het tarief van 2024 gehanteerd, enz.); tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken. Voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep ontvangt de aanbieder op jaarbasis per bezette kindplaats een aanvullende subsidie voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker van 10 uur à € 52,00. Het college kan jaarlijks besluiten dit tarief aan te passen conform de OVA/PPC index.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel