Naar hoofdinhoud
Ouders betalen voor een (ve-)kindplaats een inkomensafhankelijke bijdrage. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen geldt dat zij aan de aanbieder een inkomens-afhankelijke bijdrage betalen volgens de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen geldt de ouderbijdragebepaling conform artikel 5 lid 1 enkel voor de eerste 7 (ve)-uren per week. Over de overige 9  ve-uren per week wordt geen ouderbijdrage berekend. De hoogte van de in artikel 5 lid 1 genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en volgens de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vragen de ouders een inkomensverklaring aan bij de Belastingdienst en leveren deze in bij de houder. Tevens kan de houder aan de hand van deze inkomensverklaring vaststellen of de ouders al dan niet recht hebben op kinderopvangtoeslag. Als het verwachte verzamelinkomen wijzigt ten opzichte van het vermelde in de meest recente Inkomensverklaring(en), dien(t)(en) deze verklaring(en) aangevuld te worden met documenten waaruit het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten moet blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de eerste maand van plaatsing op een peuterplek. Indien sprake is van een inkomenswijziging door werkloosheid, kunnen kinderopvanggerechtigden nog gedurende zes maanden aanspraak maken op Kinderopvangtoeslag. Nadat deze termijn is verstreken, kunnen zij in aanmerking komen voor de subsidieregeling zoals genoemd onder artikel 3.1 lid b en c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel