In deze afdeling wordt verstaan onder:
- - wet: de Wet op de kansspelen;
- - speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
- - kansspelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
- - behendigheidsautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;
- - kermisautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de wet;
- - kermis: een volksfeest van tijdelijke aard in de buitenlucht met kramen, attracties, toestellen waar men in kan en andere vormen van vermaak dat vergunningplichtig is op grond van artikel 2:24 en 2:25;
- - speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te laten beoefenen, zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
- - gamecentrum: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van verschillende soorten behendigheidsautomaten te laten beoefenen en waar geen kansspelautomaten en/of kermisautomaten aanwezig zijn;
- - hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;
- - exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
- - leidinggevende: de natuurlijke persoon die belast is met het dagelijks toezicht op, en de onmiddellijke leiding in, de speelautomatenhal.