Naast het afwegingskader voor warmtetechnieken is er gekeken naar de laagste maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten van de verschillende warmte¬technieken per buurt. Deze kosten zijn van belang om definitieve keuzes voor de oplossingsrichting per buurt te kunnen maken. Wij vinden het belangrijk dat de eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten nu en in de toekomst zo laag mogelijk zijn, en dat een warmtetechniek gekozen wordt op basis van de laagste kosten. In de toekomstige Warmteprogramma’s is dit zelfs een essentieel onderdeel. De eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten worden hieronder toegelicht.
Eindgebruikerskosten
Eindgebruikerskosten bevatten alleen de kosten voor de eindgebruiker: de bewoner. Dit zijn de jaarlijkse kosten minus de baten ten opzichte van de situatie met een gasgestookte cv-ketel. Hierin worden ook belastingen, heffingen en subsidies meegenomen die van invloed zijn op de kosten en baten van een warmteoptie.
Deze kosten zijn door TNO in een eindgebruikerskosten model (2023) ingeschat op basis van woningkarakteristieken. Hierin zijn de eindgebruikerskosten voor verschillende warmteopties op basis van energielabel, eigenaar en woningtype berekend.
Maatschappelijke kosten
De maatschappelijke kosten zijn de totale kosten voor de maatschappij om een bepaalde warmtetechniek toe te passen. De maatschappelijke kosten zijn de totale kosten en baten voor implementatie van een warmtetechniek op buurtniveau. Hierin worden de kosten voor de benodigde installaties en isolatie in de woningen meegenomen, maar ook kosten op buurt en gemeentelijk niveau. Dit is onder andere het aanleggen of aanpassen van energie infrastructuur (elektriciteit- en of warmtenet), en de kosten voor nabijgelegen restwarmtebronnen. De maatschappe¬lijke kosten zijn dus de totale kosten voor bewoners, overheden, netbeheerders, woningcorporaties en overige stakeholders.
Het PBL heeft in 2020 met de Startanalyse een inschatting gemaakt van deze maatschappelijke kosten voor alle wijken in Nederland. Deze analyse is gebruikt om voor de wijken de voorkeursoplossingen op basis van maatschappelijke kosten te bepalen. Deze kwantitatieve afweging op basis van maatschappelijke kosten is gebruikt als validatie methode om te achterhalen of er veel verschillen in de resultaten ten opzichte van de eindgebruikerskosten zijn.
Resultaat
De eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten zijn per buurt berekend. In Bijlage 5 zijn de resultaten per buurt terug te vinden. Uit de analyse komt naar voren dat de all-electric warmtetechniek in alle buurten de laagste eindgebruikers¬kosten heeft en in bijna alle buurten ook de laagste maatschappelijke kosten.