Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 26

Bevoegdheid

Onderdeel van Reglement BRP 2024

1.. De applicatiebeheerder beoordeelt in samenspraak met de seniorgegevensbeheerder de installatie van nieuwe- en of gewijzigde versies van de applicatie en bijbehorende apparatuur na deze te hebben getest en zorgt voor tijdige voorlichting aan de gebruikers over de wijzigingen. 2.. De applicatiebeheerder is bevoegd tot het geven van aanwijzingen aan de gebruikers inzake het gebruik van de applicatie. 3.. De applicatiebeheerder heeft toegang tot alle in de BRP opgenomen gegevens ten behoeve van de uitvoering van zijn in dit Reglement beschreven taken. Hij mag deze toegang gebruiken voor de uitvoering van de andere publieke taken waarvoor hij is aangewezen, voor zover het gebruik van persoonsgegevens daartoe noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel