Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 27

Taken

Onderdeel van Reglement BRP 2024

1.. De applicatiebeheerder adviseert de informatiebeheerder omtrent de uitwijk in samenspraak met de technisch beheerder en de beveiligingsbeheerder. 2.. De applicatiebeheerder coördineert in samenwerking met de technisch beheerder de werkzaamheden in geval van uitwijk en restore. 3.. De applicatiebeheerder zorgt voor de functionele ondersteuning bij het gebruik van de applicatie. 4.. De applicatiebeheerder handelt het berichtenverkeer af in bijzondere gevallen en lost communicatieproblemen op. 5.. De applicatiebeheerder schoont de database op van via het netwerk ontvangen berichten waarvan de cycli zijn afgerond. 6.. De applicatiebeheerder zorgt, op aangeven van de beveiligingsbeheerder, voor het tijdig verwijderen van digitaal opgeslagen bescheiden zoals zaakdossiers. 7.. De applicatiebeheerder zorgt voor de afhandeling van selectieverstrekkingen op aanwijzing van de privacybeheerder. 8.. De applicatiebeheerder zorgt voor een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen de applicatie, zo nodig door inschakeling van de technisch beheerder. 9.. De applicatiebeheerder zorgt voor de communicatie bij storingen in hard- en software. 10.. De applicatiebeheerder zorgt voor de vormgeving en inhoud van documenten die aan de BRP worden ontleend, gezamenlijk met de seniorgegevensbeheerder en de privacybeheerder. 11.. De applicatiebeheerder houdt een overzicht bij met de gebruikerswensen van de gegevensbeheerders en bespreekt gebruikerswensen met de technisch beheerder of de beveiligingsbeheerder. 12.. De applicatiebeheerder houdt een logboek bij van storingen en andere afwijkingen met betrekking tot de applicatie. 13.. De applicatiebeheerder zorgt voor de toekenning van de autorisatieniveaus met gebruikersmogelijkheden aan gebruikers, rekening houdend met de bepalingen van dit Reglement. 14.. De applicatiebeheerder handelt verzoeken af van medewerkers van binnengemeentelijke afnemers om toegang te krijgen tot de BRP-gegevens via de inzageapplicatie, rekening houdend met de bepalingen van dit Reglement. 15.. De applicatiebeheerder houdt een administratie bij betreffende de autorisaties van gebruikers. 16.. De applicatiebeheerder ondersteund de seniorgegevensbeheerder omtrent sturingsinformatie en andere managementgegevens. 17.. De applicatiebeheerder ondersteund de seniorgegevensbeheerder met de aanlevering van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de periodieke- en systematische controle van de in de BRP opgenomen gegevens. 18.. De applicatiebeheerder ondersteunt bij de (voorbereiding op de) zelfevaluatie en de daaraan gerelateerde instructies en verleent medewerking bij de uitvoering ervan. 19.. De applicatiebeheerder informeert de gebruikers over de installatie van nieuwe- en of gewijzigde versies van de applicatie en de inhoudelijke gevolgen ervan. 20.. De applicatiebeheerder volgt de aanwijzingen die krachtens dit Reglement door de bevoegde functionarissen worden gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel