**1..** Het college legt de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete op ten bedrage van:
20% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 250 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 9, lid 1a.
60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 500 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 9, lid 1b.
60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 500 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen vierentwintig maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 9, lid 1c.
60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van twee maanden, tot een maximum van € 1000 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen vierentwintig maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 9, lid 1d.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Den Haag 2010