1.. Het college kan jaarlijks vastleggen voor welke groep of groepen vrijwillige inburgeraars naast de groepen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, met voorrang een voorziening wordt vastgesteld.

2.. Indien het college geen gebruik maakt van de mogelijkheid als bedoeld in lid 1, wordt aan alle groepen vrijwillige inburgeraars een voorziening aangeboden.