Het college kan aan personen bedoeld onder artikel 1, lid 2 onder d en e van de verordening
tot 27 jaar een participatieplaats aanbieden als onderdeel van
een traject gericht op arbeidsinschakeling.
Het doel van de participatieplaats is om uitkeringsgerechtigden
en jongeren die door persoonlijke werkbelemmeringen niet
bemiddelbaar zijn dichter bij de arbeidsmarkt te brengen.
De participatieplaats duurt twee jaar inclusief de eventuele
inzet van onbetaalde arbeid. Het college van burgemeester en
wethouder kan gemotiveerd deze periode met maximaal 2 jaar
verlengen.
Drie maanden voor afloop van de termijn van twee jaar zal op
basis van een evaluatie worden vastgesteld of een andere
re-integratievoorziening meer adequaat is. Indien dit niet het
geval is kan de participatieplaats met een jaar verlengd worden
op voorwaarde dat in een andere omgeving andere additionele
werkzaamheden worden verricht.
Drie maanden voor afloop van het derde jaar zal op basis van een
evaluatie worden vastgesteld of een andere
re-integratievoorziening meer adequaat is. Indien dit niet het
geval is kan de participatieplaats nogmaals voor de duur van een
jaar verlengd worden.
Aansluitend aan de participatieplaats kan een werkstage worden
ingezet bij een werkgever die voornemens is de
uitkeringsgerechtigde of jongere een dienstbetrekking aan te
bieden.
De werkzaamheden in een participatieplaats zijn additioneel van
aard en gericht op re-integratie.
De participatieplaats bestaat uit ten minste 50% van het aantal
uren dat uitkeringsgerechtigden en jongeren in staat zijn om
arbeid te verrichten met een minimum van 12 uur per week.
Werkgevers zijn verplicht om deelnemers op een
participatieplaats begeleiding en scholing aan te bieden. Dit
wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
De organisatie waar personen op een participatieplaats geplaatst
worden draagt er zorg voor, dat de geplaatste personen gedurende
hun werk verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid.