Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009

Het college verstrekt aan personen bedoeld onder artikel 1, lid 2 onder d en e van de verordening, die onbetaalde additionele werkzaamheden verrichten zoals genoemd in artikel 10a, zesde lid van de wet een premie van € 300,= per half jaar. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt telkens elke zes maanden beoordeeld. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de ongeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. Onverminderd het eerste lid komen ook personen bedoeld in artikel 7 derde lid van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen. Voor zover belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen 6 maanden, na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden, door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vercroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college betrekt bij deze beoordeling het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden verricht, de scholingswens van belanghebbende, de kansen op de arbeidsmarkt en mogelijke andere re-integratie-instrumenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel