Naar hoofdinhoud
Belangrijk in de aanpak van mensenhandel is tevens het aanpakken en bestrijden van de criminele activiteiten van mensenhandelaren. Met andere woorden: het verstoren van het criminele bedrijfsproces. Dit kan enerzijds door mensenhandel op te sporen, te beëindigen en te bestraffen. Anderzijds kan dit door barrières in het criminele proces op te werpen. Opsporen en ingrijpen bij mensenhandel Het opsporen en bestraffen van mensenhandel is in eerste instantie een taak van landelijke partijen, zoals de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en het Openbaar Ministerie (OM). Als het gaat om arbeidsuitbuiting als vorm van mensenhandel is onder meer de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) (voorheen ISZW) verantwoordelijk. Echter is een integrale aanpak met meerdere partijen gewenst en noodzakelijk in de bestrijding van mensenhandel (en overige vormen van ondermijning). De gemeente heeft hier ook een belangrijke rol in. Door samenwerking kan een zaak direct van meerdere kanten bekeken worden. De partner met de beste kaarten in handen gaat over tot actie. De ene keer is dat de gemeente, de andere keer de Belastingdienst of de politie. Zo kan sneller worden ingegrepen. Het gaat hier om repressie en het (integraal) aanpakken van daders en facilitators van mensenhandel. De middelen die de gemeente hiervoor kan inzetten liggen in het bestuurlijk instrumentarium, zoals duidelijke ‘spelregels’ in de Algemene Plaatselijke Verordening, het weigeren of intrekken van vergunningen, het uitvoeren van integriteitstoetsen via de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), het stellen van (aanvullende) voorschriften en beperkingen in de vergunning, terugvorderen van uitkeringen, sluiten van panden en het weren van personen. Overleggremia en controles gemeente Barneveld Er is binnen de gemeente Barneveld een lokaal ondermijningsoverleg: de interne ondersteuningsgroep ondermijning. Dit overleg wordt geïnitieerd vanuit team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht (VVT). Hieruit sluiten onder andere de veiligheidsadviseur ondermijning/ teamleider, de jurist en een boa(coördinator) aan. Ook sluit er een collega van het sociaal domein aan en een BRP-specialist. De deelnemers zijn verder afkomstig uit de volgende organisaties: Politie, Omgevingsdienst de Vallei (ODDV), Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) (de brandweer). En waar nodig worden andere partijen (eenmalig) uitgenodigd. Dit overleg vindt 1 keer in de 6 weken plaats en hier worden ingebrachte signalen besproken. Opgeschaalde casuïstiek kan daarna in een (2-maandelijks) RIEC mensenhandeloverleg worden besproken. Hierbij sluiten onder andere de NLA en de AVIM aan. Het bespreken van de signalen kan uiteindelijk leiden tot (gezamenlijke) acties, zoals controles en handhaving. Vanuit de gemeente Barneveld vindt sowieso standaard 1 keer in de 3 maanden een integrale controle plaats. Hierbij sluiten Liander, ODDV, boa, politie, BRP, sociaal domein, brandweer en medewerkers VVT aan. Hierbij worden onder andere locaties waarbij signalen van ondermijning zijn bezocht. 26 Dit zijn de standaard werkprocessen rondom het opvolgen van signalen en het uitvoeren van controles, waarbij de gemeente betrokken is in het kader van handhaving. Als er signalen binnenkomen waarbij er spoed achter zit, wordt er uiteraard sneller geschakeld. Daarnaast zijn er ook casussen waarbij de AVIM of de NLA zelfstandig opereert. Ook zijn er in het zorgdomein overleggen waarbij mogelijke signalen van slachtoffers van mensenhandel besproken worden. Als dit signalen van daders met zich meebrengt, wordt er geschakeld met het veiligheidsdomein. Project Ariadne Eind 2021 is de gemeente Barneveld gestart met project Ariadne/ vitale vakantieparken. De gemeente Barneveld heeft veel recreatieparken. Het project Ariadne ondersteunt de gemeente Barneveld met het aanpakken en voorkomen van (mogelijke) ondermijning/ mensenhandel op de 57 vakantieparken. Ariadne heeft geconstateerd dat een groot aantal van deze vakantieparken niet meer uitsluitend functioneert als vakantiepark en daarom in meer en mindere mate vatbaar zijn voor criminele en ondermijnende activiteiten. Ariadne heeft daarom geadviseerd om op 6 vakantieparken een controle te gaan uitvoeren. De gemeente Barneveld is daar op dit moment mee bezig. Bestuurlijke maatregelen Op basis van bevindingen vanuit de (integrale of zelfstandige) controles kan de gemeente bestuurlijke maatregelen opleggen. De gemeente Barneveld heeft bij de gevallen waarin dit kon bestuursrechtelijk opgetreden, door bijvoorbeeld een pand waarin seksuele uitbuiting plaatsvond te sluiten. Bij aangetroffen illegale prostitutie (waarbij geen sprake hoeft te zijn van (aangetoonde) mensenhandel) wordt ook bestuursrechtelijk opgetreden, door middel van bijvoorbeeld een last onder dwangsom. Dit is in de afgelopen jaren enkele keren gebeurd. Ook wordt er een last onder dwangsom opgelegd bij sommige activiteiten waarbij vermoedens zijn van criminele uitbuiting, zoals het vervoeren van inbrekerswerktuigen. Wij zijn voornemens om ons te blijven conformeren aan regionale handhavingsrichtlijnen en om onze bevindingen/ extra handhavingsmogelijkheden met de regio te delen, om zo een waterbedeffect tegen te gaan. Barrières opwerpen Daarnaast kan het criminele bedrijfsproces worden bemoeilijkt doordat de gemeente en andere organisaties barrières opwerpen. Het opwerpen van barrières is zeer waardevol. Waar men met het strafrecht vaak aan het einde van het proces zit, kunnen eerder in het proces al criminelen tegen worden gehouden en/of hun activiteiten worden bemoeilijkt. Waar de strafrechtelijke of fiscale aanpak zich leent voor de aanpak op personen, richt de bestuurlijke aanpak zich juist op situaties en gelegenheidsstructuren die criminaliteit faciliteren of zelfs aanmoedigen. De bestuurlijke aanpak is op deze manier aanvullend aan de opsporing. Dit maakt de gemeente een onmisbare samenwerkingspartner om deze vorm van criminaliteit aan te pakken. Aan de integrale aanpak van mensenhandel liggen barrièremodellen ten grondslag. Aan de hand van een aantal barrières wordt inzichtelijk gemaakt welke stappen mensenhandelaren moeten zetten om hun criminele activiteit te kunnen uitoefenen en welke organisaties een rol kunnen spelen om die activiteit te bemoeilijken of te sanctioneren. Bij mensenhandel zijn dat in ieder geval barrières op de terreinen van werving, entree, huisvesting, identiteit, vervoer, arbeid en financiën. Ook de gemeente kan barrières opwerpen om mensenhandel te bestrijden. Deze barrières kunnen op verschillende plekken in de organisatie worden opgeworpen en hebben met verschillende beleidsterreinen te maken. Een aantal barrières die de gemeente Barneveld opwerpt/ gaat opwerpen om mensenhandel te bestrijden, worden hier toegelicht. Barrières bij entree en identiteit Om in Nederland te kunnen werken is een inschrijving bij de gemeente nodig. Voor deze barrières ‘entree’ en ‘identiteit’ beschikt de gemeente over een aantal bestuurlijke instrumenten. Hoewel inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) onder de juiste voorwaarden bij publiekszaken niet kan worden geweigerd, kunnen verdachte signalen wel worden onderzocht door de gemeente. Het gemeenteloket is vaak de eerste stap voor het plegen van identiteitsfraude en adresfraude. Aan de hand van informatie over fraudesignalen kan de gemeente vooraf (dus voor inschrijving in de BRP) een controle uitvoeren. Desondanks kan het aan het loket erg lastig zijn om fraude te herkennen. Bij (identiteits)fraude kan de gemeente de inschrijving weigeren, aanpassen, en/of de documenten ongeldig verklaren. De medewerkers van de gemeente Barneveld zijn op verschillende manieren alert op fraude. Zo wordt er bepaalde apparatuur gebruikt om identiteitsbewijzen en papieren te scannen op echtheidskenmerken. Ook worden er verscheidene cursussen gevolgd die handvatten geven. Bij (vermoedelijke) identiteitsfraude wordt de werkinstructie van de Landelijke Werkgroep Tegengaan Identiteitsfraude gevolgd. Dit kan bij een heterdaad situatie inhouden het bellen van 112, waarna de politie komt om de persoon aan te houden. Daarnaast worden andere signalen ook doorgeven aan andere medewerkers, zodat deze controle hierop kunnen uitvoeren. Verdachte signalen worden doorgestuurd naar het Team Adresonderzoek (onderdeel van Burgerzaken). De gemeente doet tevens mee aan de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, waarbij er op basis van data(koppelingen) verdachte signalen in beeld komen. Afhankelijk van de kern van de melding wordt bekeken wat nodig is om het signaal af te handelen. Er wordt een overweging gemaakt of administratief onderzoek volstaat, een huisbezoek nodig is of dat samenwerking met overige partners noodzakelijk is. Bij inschrijvingen waarbij het gebruiksdoel anders is dan een woonadres (dit kan zijn recreatieverblijf of bedrijfspand), wordt melding gemaakt bij de afdeling die dit kan oppakken. Dit betreft de omgevingsdienst, afdeling Bouw en vergunningen. Zo ook als sprake is van vermoedelijk illegale kamerverhuur of huisvesting van arbeidsmigranten. In geval van huisvesting arbeidsmigranten is de vraag of de bewoning in strijd is met de regels die het Beleid voor huisvesting arbeidsmigranten stelt óf in strijd is met het bestemmingsplan (zie ook de barrière huisvesting). (Te nemen) barrières bij huisvesting Arbeidsmigranten leveren in verschillende sectoren een grote bijdrage aan de economie. Een arbeidsmigrant is vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau voor de huisvesting en het vervoer. Dit kan de arbeidsmigrant kwetsbaar maken. Het is daarom belangrijk dat gemeenten toezien op de integriteit van de huisvester en de werkgever. Door een goed huisvestingsbeleid van arbeidsmigranten en handhaving wordt arbeidsuitbuiting eerder gesignaleerd of mogelijk zelfs voorkomen. De gemeente kan door middel van het huisvestingsbeleid en handhaving dus belangrijke barrières opwerpen. Goede huisvesting voor arbeidsmigranten vraagt om samenwerking tussen gemeenten, huisvesters en werkgevers in afstemming met omwonenden. Deze samenwerking heeft betrekking op meerdere terreinen. Expertisecentrum Flexwonen onderscheidt vijf verschillende sporen: Voldoende ruimte voor de huisvesting van arbeidsmigranten; Handhaven op woon- of verblijfssituaties die niet aan de voorschriften voldoen; Inschrijven van arbeidsmigranten in de BRP; Organiseren van heldere en (pro)actieve communicatie; Stimuleren van taal en participatie. Binnen de gemeente Barneveld zijn er (net als in veel gemeenten) momenteel te weinig (legale) plekken waar arbeidsmigranten kunnen worden gehuisvest. Het komt voor dat er veel arbeidsmigranten in kleine woonruimtes worden aangetroffen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld heeft eind 2019 het beleid huisvesting arbeidsmigranten Barneveld vastgesteld. De huisvestingsregels zijn primair gericht op buitenlandse werkenden die voor een relatief korte periode in Nederland verblijven en binnen een straal van tien kilometer werken vanaf waar zij woonachtig zijn. In het nieuwe beleid zijn voorwaarden gesteld aan huisvesting in reguliere woningen binnen de bebouwde kom, in agrarische bebouwing in het buitengebied en op bedrijventerreinen. In de laatste categorie wordt nieuwbouw toegestaan van complexen die ruimte bieden aan maximaal honderd volwassenen. Een dergelijk complex moet ook een beheerder hebben die verantwoordelijk is voor wat er op het terrein plaatsvindt en hoe de migranten gehuisvest zijn. De gemeente hanteert de criteria van het SNF-keurmerk (Stichting Normering Flexwonen), om te beoordelen of de huisvesting van migranten voldoet. In het gemeentelijke beleid is onder andere omschreven hoeveel arbeidsmigranten ergens maximaal mogen wonen, afhankelijk van de grootte van de huisvesting (en de WOZ-waarde) en het gebied waarin deze zich bevindt. Er wordt toegewerkt naar meer ruimte voor de huisvesting van arbeidsmigranten, die voldoen aan de opgestelde voorwaarden. Het ideaalplaatje is dat er meerdere grotere vestigingen komen, zodat er goede afspraken over onder andere het beheer kunnen worden gemaakt. Het beleid is besproken met uitzendbureaus en deze staan hier welwillend in om naar een dergelijke situatie toe te werken. Op dit moment wordt er echter nog niet aan voldaan. Dit brengt tevens met zich mee dat sommige uitzendbureaus (uit angst voor handhaving) niet vrij willen geven waar hun buitenlandse medewerkers gehuisvest zijn en deze dus ook niet in de BRP worden ingeschreven. Door middel van meer huisvestingsmogelijkheden kan er toegewerkt worden naar een situatie waarin er genoeg legale woonmogelijkheden worden gecreëerd voor arbeidsmigranten en waarin er zicht is op de verblijfsplaatsen van de arbeidsmigranten. Dit gaat samen met handhaving op slechte woonsituaties (onder andere te veel personen in één woning). Hiermee kan een barrière worden opgeworpen voor slechte huisvesting en arbeidsuitbuiting. Dit vormt tevens een mooi samenspel (met positieve terugkoppeling aan de collega’s van burgerzaken) met de eerdergenoemde barrières en inspanningen van de collega’s bij inschrijving. Lokale regelgeving prostitutiebranche en de Algemene plaatselijke verordening (Apv) als barrières bij arbeid Bij de aanpak van mensenhandel in de seksindustrie speelt de gemeente een specifieke rol bij de barrière ‘arbeid’. De prostitutiesector is immers lokaal gereguleerd via een vergunningenbeleid. De prostitutiebranche is een kwetsbare branche voor mensenhandel en een goed werkend vergunningensysteem met betrekking tot prostitutie kan bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Lokale regelgeving is een belangrijk instrument voor gemeenten om misstanden te voorkomen en aan te pakken en ondersteuning te bieden aan sekswerkers. Hoofdstuk 3 van de Apv van de gemeente Barneveld bevat regels met betrekking tot de regulering van de seksbranche. In de beleidsregels is aangegeven dat er een vergunning kan worden verleend voor maximaal één seksinrichting in de vorm van een bordeel of privéhuis dan wel één escortbedrijf. In de Apv staan voorwaarden voor de vergunningaanvraag, de toetsingsgronden en de weigeringsgronden. Daarnaast moet het bestemmingplan de vestiging van een seksinrichting of escortbedrijf mogelijk maken. Ook wordt altijd een Bibob-toets uitgevoerd. De optie voor een vergunde seksinrichting of een escortbedrijf binnen de gemeente Barneveld is niet ingevuld en er is dus geen sprake van een vergunde sector. Echter willen wij de regelgeving up-to-date houden voor het geval wel een bedrijf vestigt. De vergunningsvoorwaarden worden zoveel mogelijk in lijn gehouden met de landelijke en regionale richtlijnen. Bij de volgende Apv-wijziging voegen wij in ieder geval toe dat een exploitant een gedetailleerd bedrijfsplan dient op te stellen bij een vergunningaanvraag. Hierin dient onder andere te worden beschreven welke maatregelen de exploitant treft ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees. Dit om een vergund seksbedrijf zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor mensenhandelaren en seksuele uitbuiting. Wanneer de vergunningsregels worden geschonden, dan moet of kan -afhankelijk van de ernst van de overtreding- de vergunning worden ingetrokken dan wel het bedrijf tijdelijk worden gesloten. Dit geldt ook voor andere vergunde branches zoals de horeca (waar zich bijvoorbeeld arbeidsuitbuiting voor kan doen). De Apv is hierbij het gemeentelijke kader waarbinnen mensenhandel kan worden bestreden. Zo kent de Apv in artikel 2:40a en in de daarbij behorende beleidsregels de mogelijkheid om op grond van artikel 174 Gemeentewet een voor publiek openstaand gebouw te sluiten. In de beleidsregels is onder andere aangegeven dat bij verschillende vormen van mensenhandel (of de aanwezigheid van slachtoffers van mensenhandel) van deze bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt. Ook zijn er Apv-artikelen opgenomen die kunnen vallen onder het tegengaan van criminele uitbuiting. Dit betreft verboden van gedragingen waarvan een vermoeden bestaat dat deze binnen de gemeente vaak onder dwang worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het bij zich hebben van inbrekerswerktuigen of geprepareerde voorwerpen zoals “jattassen” (artikel 2:44 en 2:44a). Daarnaast is ook bedelarij verboden in de Apv in artikel 2:65. Bibob-toets als barrière bij meerdere terreinen De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Door het opstellen van Bibob-beleid, kan een gemeente onder andere vergunningen onderwerpen aan een Bibob-toets/onderzoek. Zo geeft de Wet Bibob gemeenten de mogelijkheid om voorafgaand aan het verlenen van een vergunning de (criminele) antecedenten van de aanvrager na te gaan. Bij reeds verleende beschikkingen kan tevens (achteraf) een Bibob-onderzoek worden gestart bij bijvoorbeeld signalen van (veiligheids)partners. Als er een ernstige mate van gevaar dreigt dat een vergunning wordt misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Op deze wijze wordt voorkomen dat de gemeente (rechts)personen faciliteert met een onderneming en zij deze gebruiken voor (onder meer) mensenhandel of het witwassen van crimineel geld dat in dit soort sectoren verdiend is. In het lokale Bibob-beleid geeft de gemeente aan hoe en op welke terreinen het instrument binnen de gemeente wordt ingezet. Voor de gemeente Barneveld geldt dat de Wet Bibob altijd wordt ingezet bij nieuwe beschikkingen op het terrein van de horeca en seksinrichtingen. Ook wanneer een bouwvergunning wordt gevraagd ten behoeve van een horecabedrijf of seksinrichting/escortbedrijf wordt deze ingezet. Daarnaast kan bij subsidies een toets worden uitgevoerd. Ook kan de toets worden uitgevoerd bij omzettingsvergunningen en/of splitsingsvergunningen uit de Huisvestingswet. In een bijlage bij het beleid zijn risicocategorieën aangewezen waar de gemeente in beginsel de Wet Bibob toepast. Hier staan ook de sectoren benoemd die bekend staan om mogelijke mensenhandel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel