Het totaal van de ingehouden spaarbedragen van de deelnemer mag per kalenderjaar niet meer bedragen dan het ter zake bij of krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 vastgestelde bedrag.
Het ingehouden spaarbedrag wordt door de werkgever onmiddellijk na de inhouding overgemaakt op de spaarloonrekening van de deelnemer bij de spaarrekening.
Het spaarloon van een bepaald kalenderjaar zal, nadat het gedurende ten minste vier kalenderjaren gerekend vanaf de eerste januari volgend op het jaar van bijschrijving op de spaarrekening heeft gestaan, overgeboekt worden naar de door de deelnemer opgegeven tegenrekening.