De reclamebelasting wordt geheven per vestiging.
De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.
Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, wordt de waarde bepaald op de som van de waarden van de onroerende zaken die van de vestiging deel uitmaken.
Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 297,50 per vestiging.
Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 200.000,- wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 0,85 per € 1.000,- aan waarde.
De heffing bedraagt maximaal € 1.750,- per vestiging.
Als de vastgestelde waarde van de vestiging voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd als de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting, tenzij het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,-.