Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5.

Artikel 2.5.3.

Algemene bepalingen en tijdelijke ontheffingen bij werk- en participatievoorzieningen gericht op re-integratie en arbeidsinschakeling (PW/IOAW/IOAZ)

Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domein Gemeente Meppel

1.. Het bieden van maatwerk geldt als uitgangspunt bij de uitvoering van de Participatiewet. Het college onderzoekt per belanghebbende de ondersteuningsbehoefte. Deze ondersteuning wordt gegeven door: de re-integratieconsulent en/of de MensA en/of het Leer Werk Centrum en/of Reestmond. Indien noodzakelijk wordt er gekeken naar een aanbieder die een passende voorziening kan bieden. 2.. Er wordt door de consulent een plan van aanpak re-integratie gemaakt. Dit plan beschrijft: Welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden ingezet Welke doelen in het traject moeten worden gehaald 3.. In individuele gevallen en voor bepaalde groepen is tijdelijke ontheffing mogelijk van een of meerdere van onderstaande verplichtingen: naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten te verrichten. 4.. Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen. Tenzij anders bepaald in de Participatiewet wordt gedurende maximaal één jaar ontheffing verleend van de arbeidsverplichtingen. 5.. Er kan een ontheffing worden verleend van een of meer verplichtingen genoemd in artikel 9 eerste lid van de Participatiewet. Bijvoorbeeld als belanghebbende als gevolg van lichamelijke- dan wel psychische beperkingen niet in staat is om te werken. Bij twijfel over de mate van arbeidsgeschiktheid kan voor het beoordelen van beperkingen als bedoeld in het eerste lid, medisch- en / of arbeidskundig advies worden gevraagd. 6.. Als de combinatie van zorg en activiteiten/arbeid voor een alleenstaande ouder met gehandicapte kinderen van 12 tot 18 jaar niet in balans met elkaar kan zijn, kan ontheffing worden verleend van de verplichtingen als bedoeld in lid 3 sub a tot en met c. 7.. Als belanghebbende mantelzorg verleent aan inwonende zieke en /of anderszins hulpbehoevende bloed- dan wel aanverwanten en combinatie van zorg en arbeid niet in balans met elkaar kan zijn, kan ontheffing worden verleend van de verplichtingen als genoemd in artikel 3 sub a t/m c voor zolang de zorgtaak bestaat. Het bestaan, de omvang en de duur van de zorgplicht, moet blijken uit een sociaal/medisch onderzoek, tenzij het reeds op een andere wijze is aangetoond. 8.. Om te bepalen of een ontheffing moet worden gegeven van de verplichting voor een alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden wordt gelet op de volgende omstandigheden: Er is geen passende kinderopvang beschikbaar De betrokkene is niet voldoende belastbaar, en dit is gebleken uit een medisch advies Er zijn bijzondere omstandigheden bij de opvoeding van een kind Aan betrokkene kan wel de verplichting worden opgelegd deel te nemen aan een voorbereidend traject gericht op arbeidsinschakeling. Er dient dan wel afstemming plaats te vinden met de mogelijkheden van de betrokkene, bijvoorbeeld een traject onder schooltijd van de kinderen. 9.. Een alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een kind dat de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt, kan door het college worden ontheven van de arbeidsplicht (artikel 9a lid 1 Participatiewet). Ook een pleegkind wordt in dit geval aangemerkt als kind. De ontheffing wordt alleen gegeven als de belanghebbende daarom vraagt. De alleenstaande ouder die in het bezit is van de ontheffing van de arbeidsplicht hoeft geen tegenprestatie te doen (artikel 9 lid 7 Participatiewet). Deze ontheffing ontslaat hen echter niet van de re-integratieplicht. Het college dient de ontheven ouder een re-integratietraject aan te bieden. 10.. Om te bepalen of ontheffing van de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden kan worden gegeven gelet op de volgende omstandigheden: Er zijn meer partijen (denk aan de MensA, LeerWerkCentrum, Reestmond, externe partners) van oordeel zijn dat arbeidsinschakeling niet mogelijk is. Er is een combinatie van beperkingen, waaronder in ieder geval leeftijd, belastbaarheid en gebrek aan werkervaring een blijvende situatie opleveren zonder reëel arbeidsmarktperspectief. Als blijkt dat er blijvend geen perspectief is op arbeidsinschakeling wordt zo regelarm mogelijk de tijdelijke ontheffing verleend. 12.. Alleen op grond van artikel 9 lid 5 van de Participatiewet, welke verwijst naar artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, kan een blijvende ontheffing worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel